salonanarchist | leunstoelactivist

Vakbond

Are trade unions important? Depends on who you ask

A majority of Dutch employees think trade unions are important or even very important, Statistics Netherlands (CBS) reported. But there are exceptions. For example, very few general managers think trade unions are important. That shouldn’t really come as a surprise.

I combined the data with a previously published dataset on how satisfied employees in different occupational groups are with their salary. The results are shown below.

There’s a moderately strong correlation. General managers can’t complain about their salary and, as indicated, they could do without trade unions. On the other hand, cleaners are less satisfied with their salary, and they overwhelmingly support trade unions.

More interesting perhaps is the question which groups deviate from the pattern. Nurses appear to have a strong sense of solidarity: they are pretty satisfied with their salary, but they also attach great importance to trade unions.

The opposite applies to personnel officers. Personel officers are less satisfied with their salary than nurses, but that doesn’t translate into support for trade unions. Perhaps they think their job would be easier if workers wouldn’t organise.

Sources: opinion on trade unions xlsx, satisfaction with salary xlsx, number of workers xlsx.

Zijn vakbonden belangrijk? Hangt ervan af aan wie je het vraagt

Een meerderheid van alle werknemers vindt vakbonden belangrijk of zelfs heel belangrijk, meldde het CBS. Maar dat geldt niet voor iedereen: vooral directeuren kunnen de vakbeweging wel missen. Niet echt verassend.

Ik heb de cijfers gecombineerd met een eerder gepubliceerde dataset over de tevredenheid van werknemers met hun salaris. De resultaten zie je hieronder.

Er is een redelijk sterk verband. Algemeen directeuren hebben weinig te klagen over hun inkomen en ze hechten weinig belang aan vakbonden. Schoonmakers zijn minder tevreden over hun salaris en hechten juist veel belang aan vakbonden.

Misschien nog wel interessanter is om te kijken welke beroepsgroepen afwijken van het patroon. Verpleegkundigen lijken solidariteit hoog in het vaandel te hebben: ze zijn redelijk tevreden over hun salaris, maar tegelijk hechten ze veel belang aan vakbonden.

Het tegenovergestelde geldt voor personeelsfunctionarissen. Personeelsfunctionarissen zijn minder tevreden met hun salaris dan verpleegkundigen, maar dat vertaalt zich niet in steun voor de vakbeweging. Misschien denken ze dat hun werk makkelijker zou zijn als werknemers zich niet zouden organiseren.

Bronnen: belang vakbond xlsx, tevreden met salaris xlsx, aantal werknemers xlsx.

1 mei in beeld: Tilburg

Het seizoen voor 1 mei-affiches is weer aangebroken. De bovenstaande afbeelding staat bij de aankondiging van de 1 mei-demonstratie in Tilburg (via) en is gemaakt door dichter en performer Nick J. Swarth. Speciaal voor deze gelegenheid? «Het mannetje is wel speciaal voor de gelegenheid gemaakt, maar de gelegenheid was 1 mei 2016, het mannetje staat op de top van de menselijke piramide op de poster van dat jaar :-).»

Dit jaar heeft de Tilburgse 1 mei-demonstratie als motto Tegen de haat - voor elkaar. «Juist tegenover de oprukkende haat is de 1 Mei-gedachte harder nodig dan ooit.»

UPDATE - Inmiddels is er ook een affiche speciaal voor de mei-demonstratie van dit jaar. ‘s Avonds is er nog een lezing «reclame voor de revolutie: radicale symbolen door de jaren heen».

Tewerkstelling: hoe werklozen werden ingezet bij de aanleg van onze fietspaden

Op diverse plaatsen in het land worden door werklozen rijwielpaden aangelegd. De gemeenschap mag gerust een hartelijk „dank je” terugzeggen!, aldus een fotobijschrift in Het Vrije Volk uit 1953. De tekst staat bij een foto waarop mannen met een schop werken aan een fietspad.

Een tijdje terug fietste ik van de Heuvelrug naar Soesterberg. Onderweg kwam ik een monument tegen ter herinnering aan de activiteiten van de Rijwielpadvereniging Utrecht met Omstreken (U.M.O.). Ik had er nooit zo bij stilgestaan hoe onze fietspaden zijn ontstaan. Nieuwsgierig geworden ging ik op zoek naar informatie en zo stuitte ik ook op de rol van de tewerkstelling.

Rijwielpadverenigingen

De eerste fietspaden werden eind 19e eeuw aangelegd en in 1906 werd voor het eerst een vereniging opgericht die zich hier specifiek mee bezighield: Vereniging Het Fietspad in Meppel. In 1950 waren er tien regionale Rijwielpadverenigingen die samen zo’n 2.000 kilometer aan recreatieve fietspaden beheerden, aldus het boekje Fiets en geniet! van de A.N.W.B. (ter vergelijking: vandaag de dag is er bijna 35.000 kilometer aan fietspaden, maar dat is inclusief niet-toeristische fietspaden).

De leden van deze verenigingen gingen waarschijnlijk niet zelf met een schop de natuur in, maar ze brachten wel geld bij elkaar. Neem Het Drentsche Rijwielpad, opgericht in 1916. Binnen een half jaar had de vereniging 7.000 leden die elk 50 cent contributie per jaar betaalden. Begunstigers betaalden tenminste ƒ1 (Simons 1990).

Bestuurlijke elite

De Rijwielpadverenigingen hadden vaak nauwe banden met de bestuurlijke elite. Het Drentsche Rijwielpad had de Commissaris der Koningin als beschermheer; andere verenigingen hadden een burgemeester als voorzitter. In 1948 beschreef De Kampioen, het blad van de A.N.W.B., hoe een plaatselijke vereniging functioneert:

Deze vereniging werkt nauw samen met het gemeentebestuur. Inkomsten geniet de vereniging uit de burgerij, van belanghebbende fabrieken, winkeliers etc. en tevens is het zaak, dat de gemeente bijdraagt.

Een belangrijk motief voor de overheid en de middenstand om mee te betalen was dat fietspaden toeristen aantrokken.

De rol van de overheid nam sterk toe door de inzet van werklozen. In 1925 werd al geschreven over een werkverschaffingsproject van de gemeente Vlagtwedde waarbij een fietspad werd aangelegd van Sellingen naar Terapel-kanaal. De werklozen hadden het werk neergelegd - volgens kranten onder druk van stakende veenarbeiders.

Appeltje voor de dorst

Vanaf de jaren dertig gingen werklozen een grotere rol spelen bij de aanleg van fietspaden. De aanleg van fietspaden werd hierdoor afhankelijk van de economische conjunctuur. De Kampioen schreef in 1948:

De rijksdienst voor het Nationale Plan heeft neiging de aanleg van zeer grote werken als een „appeltje voor de dorst” naar tijden van depressie te verschuiven. En daar valt eigenlijk niets tegen in te brengen, want een groot deel der paden van de rijwielpadverenigingen is in de crisisjaren door werklozen aangelegd.

De lezer zal een min of meer hoorbare zucht slaken en opmerken, dat er dus weinig perspectief in die rijwielpaden zit.

Maar in de jaren vijftig kwam er opnieuw schot in de zaak, in ieder geval in Drenthe. «Het was weer de sterk toegenomen werkloosheid waardoor een opening werd geboden», aldus geschiedschrijver W.J. Simons.

Bloedende handen

Het lijkt verstandig Keynesiaans beleid om tijdens recessies te investeren in infrastructuur en zo banen te creëren. Maar hoe zat het met de arbeidsrechten van de tewerkgestelde werklozen? Over de specifieke omstandigheden bij de aanleg van fietspaden heb ik niet zoveel kunnen vinden, maar wel over de tewerkstelling in bredere zin.

Een bekend voorbeeld van werkverschaffing was de aanleg van het Amsterdamse Bos. Daar werd 37 kilometer fietspad aangelegd, maar de grootste klus was het uitgraven van de roeibaan. In een terugblik schreef De Waarheid over mensonterende toestanden, opzichters die zich gedroegen als slavendrijvers en slechte arbeidsomstandigheden:

Bloedende handen in de vrieskou waren een regelmatig terugkerend beeld. Soms gebeurde het dat ploegen nauwelijks hun steunbedrag haalden wegens kapotte, opengebarsten handen.

Volgens de Waarheid zwegen de meeste kranten over de misstanden. Wat uiteindelijk wel naar buiten kwam, was dat veel werklozen minder verdienden dan hun steunuitkering, terwijl ze door hun werk ook nog eens hogere kosten hadden. Na bemiddeling van de vakcentrales werd het loon iets verhoogd.

Oosterpark

Begin jaren vijftig meldde het bestuur van Rijwielpadvereniging Gooi- en Eemland dat het te lage lonen betaalde (waarschijnlijk ging het om reguliere arbeiders en niet om de werkverschaffing). Het is onduidelijk wat de achtergrond was: vond men de lonen onrechtvaardig? Of had men moeite om voldoende arbeiders te vinden voor het geboden loon?

Over de opvattingen van de politiek is meer te vinden. Op 26 februari 1935 vergaderde de Groningse gemeenteraad over de voltooiing van het Oosterpark, waarbij zijdelings ook de aanleg van fietspaden ter sprake kwam. Het verslag in het Nieuwsblad van het Noorden geeft een fascinerend beeld van de standpunten over de tewerkstelling.

Het Rijk was bereid om mee te betalen, maar op basis van een minimum-uurloon van 35 cent en een vergoeding voor regenverlet van 33 cent. Als het weekloon lager uit zou vallen dan de steunuitkering, kon dit worden aangevuld. Voor de sociaal-democraten waren deze arbeidsvoorwaarden onacceptabel. Raadslid Polling:

Welk gevoel moeten de arbeiders later hebben, als zij door het mooie park wandelen, dat zij hebben aangelegd, terwijl zij in diepe ellende waren gedompeld. […] Wij hebben willen meewerken tot het plan, wanneer er eenigszins redelijke loonen zouden worden betaald. Maar als de Minister dergelijke loonen bepaalt, dan moet het park maar park blijven. Spr. weigert medewerking aan de tot standkoming van het park, wanneer dat moet geschieden onder deze ellendige omstandigheden.

Het rechtvaardigheidsgevoel van de sociaal-democraten botste met het moralisme van de vrijzinnig-democraten:

De heer PLAAT (v.d.) vermoedt, dat de arbeider, die later door het park zal loopen, zal denken: „Was ik maar aan het werk”. STEMMEN: — Ja, ja

De heer KROL [vrijzinnig-democraten] wijst er op, dat hij steeds voor verschillende werken in werkverschaffing is geweest. Alles is beter dan de demoraliseerende invloed van het rondloopen. Spr. wijst op rijwielpaden aan den Paterswoldscheweg.

De heer GASAU [sociaal-democraten] noemt het huilen met krokodillentranen, wanneer men het jammer vindt, als deze voordracht door de sociaal-democraten wordt verworpen. Spr.’s fractie is nog niet zoo ver, dat zij tot elken prijs in werkverschaffing wil laten uitvoeren. Dat wordt op den duur funest, niet alleen voor de arbeiders, doch ook voor de koopkracht van de stad.

Uiteindelijk werd het voorstel aangenomen met tegenstemmen van de sociaal-democraten en de communisten.

Dienstweigeraars

Maar de tijden veranderden. In 1953 maakte democratisch-socialistisch dagblad Het Vrije Volk een reportage over de werkverschaffing, onder meer bij de aanleg van fietspaden. Het rechtvaardigheidsgevoel van de Groningse sociaal-democraten had plaatsgemaakt voor het paternalistische woordgebruik dat we ook kennen van de hedendaagse tewerkstellingsprojecten, die bijkans worden voorgesteld als een gunst aan de werklozen. Dat de tewerkstelling ondertussen ten koste gaat van reguliere banen, daar moesten we maar niet al te moeilijk over doen, aldus het Vrije Volk.

Er zijn nog pogingen gedaan om ook anderen dan werklozen te werk te stellen bij het onderhoud van fietspaden, maar dat lijkt geen groot succes te zijn geworden. Dienstweigeraars bijvoorbeeld saboteerden het werk en gingen in staking.

Een geval apart is de gemeente Venray, die inwoners dreigde met tewerkstelling als ze hun gemeentebelasting niet betaalden. Zes inwoners werden daadwerkelijk ingezet bij werkzaamheden aan fietspaden. Eén van hen deed aangifte bij de rijkspolitie wegens het ontbreken van onder meer wc’s, wasgelegenheden en een verbandtrommel.

Wortels

Elke fietser ergert zich waarschijnlijk wel eens aan een slecht onderhouden fietspad. De A.N.W.B. schreef hierover in Fiets en geniet!:

Alleen als het pad verwaarloosd is, als er overal mulle plekken in zitten of omhoog groeiende wortels van bomen, merken we, en hóe, dat we ons op een pad bevinden, dat met veel moeite en kosten moest worden aangelegd en onderhouden.

De A.N.W.B. vroeg terecht aandacht voor de arbeid van de rijwielpadverenigingen. Dit kan worden aangevuld met de boeren die bereid waren gratis materialen te vervoeren, buitenlandse studenten die in Zeeland aan het werk gingen, en zeker niet in de laatste plaats de werklozen die honderden kilometers fietspad hebben aangelegd.

Maar daarnaast sta ik graag stil bij de Groningse gemeenteraadsleden die weigerden mee te werken aan de uitholling van arbeidsrechten in de werkverschaffing. Hedendaagse gemeentebesturen kunnen hier een voorbeeld aan nemen.

Nu ik toch het een en ander heb uitgezocht over de rijwielpadverenigingen, heb ik er ook maar een Wikipediapagina over gemaakt. Wie weet heeft iemand nog aanvullingen.

Bronnen

A.N.W.B. (1950). Fiets en geniet! Samengesteld door de Kon. Ned. Toeristenbond A.N.W.B. Uitgave van de Federatie van Ned. Rijwielpadverenigingen.

W.J. Simons (1990). Daar fietst men toch zo heerlijk heen. Stichting Het Drentse Fietspad.

In 1960 hadden 29 Kamerleden een vakbondsachtergrond. Nu nog negen

Na de oorlog had bijna één op de vijf Tweede Kamerleden een vakbondsachtergrond (tot 1956 had de Tweede Kamer 100 leden), maar dat is inmiddels ingrijpend veranderd. In 1960 waren er 29 Kamerleden met een vakbondsachtergrond; momenteel zijn er nog maar negen.1 De grootste daling vond plaats tussen 1960 en 1980.

De positie van werkenden is er sinds 1980 niet beter op geworden - mede als gevolg van overheidsbeleid.2 Het aantal mensen met onzeker werk neemt toe, het sociale vangnet is gedeeltelijk afgebroken en werkenden krijgen een steeds kleiner deel van de opbrengst van hun arbeid. Deregulering en privatiseringen leiden in veel sectoren tot felle concurrentie die wordt uitgevochten ten koste van werkenden. Bezuinigingen ondermijnen de kwaliteit van publieke diensten en hebben veel banen gekost.

De kerntaak van vakbonden is om werknemers te helpen zich te organiseren, zodat ze niet machteloos staan tegenover hun werkgever. Maar de politiek bepaalt voor een belangrijk deel de spelregels op de arbeidsmarkt. Vakbonden mogen zich daarom best wat assertiever met de politiek bezighouden - bijvoorbeeld door hun achterban te mobiliseren om te gaan stemmen bij verkiezingen. Ook is het belangrijk om kaderleden op te leiden voor leidende posities in de bond en in de politiek.

Methode

Voor uitleg hoe de gegevens zijn verzameld en geanalyseerd, zie de Engelstalige versie van dit artikel.

Aanvulling: gekozen kandidaten

Al met al zijn er 11 vakbondsmensen in de Kamer gekomen.

Corrie van Brenk (50PLUS)
Gijs van Dijk (PvdA)
Cem Laçin (SP)
Lilian Marijnissen (SP)
Pieter Omtzigt (CDA)
Zihni Özdil (GroenLinks)
Nevin Özütok (GroenLinks)
Michel Rog (CDA)
Linda Voortman (GroenLinks)
Lisa Westerveld (GroenLinks)
Dennis Wiersma (VVD)

Aanvulling: Kandidatenlijsten 2017

Concept-kandidatenlijst PvdA

5. Gijs van Dijk. Vice-voorzitter FNV.
9. William Moorlag. Voormalig vakbondsbestuurder bij de FNV.
11. John Kerstens. Tweede Kamerlid en voormalig voorzitter van FNV Bouw.
15. Richard Moti. Vakbondsbestuurder bij de FNV.
32. Mei Li Vos. Voormalig voorzitter Alternatief voor Vakbond.
43. Erik Pentenga. Vakbondsbestuurder Flex bij de FNV.

De hele lijst

Concept-kandidatenlijst GroenLinks

4. Linda Voortman. Oud-bestuurder FNV Bondgenoten, was actief in de schoonmakerscampagne.
7. Zihni Özdil. Bestuurslid Nederlandse Vereniging van Journalisten.
11. Nevin Özütok. Oud-bestuurder FNV Bondgenoten.
13. Lisa Westerveld. Persvoorlichter en lobbyist bij de Algemene Onderwijsbond.
24. Arno Bonte. Is woordvoerder geweest bij ABVAKABO FNV.
De hele lijst

Concept-kandidatenlijst 50PLUS

4. Corrie van Brenk. Sectorhoofd FNV Zorg en Welzijn en voormalig voorzitter van ABVAKABO FNV.
De hele lijst

Concept-kandidatenlijst VVD

11. Dennis Wiersma. Oud-voorzitter FNV Jong.
De hele lijst

Concept-kandidatenlijst SP

3. Lilian Marijnissen. Gaf tot voor kort leiding aan de organising-campagnes van de FNV.
10. Cem Lacin. Vakbondsbestuurder FNV.
22. Ron Meyer. Voormalig vakbondsbestuurder FNV, onder meer bekend van de schoonmakerscampagne.
De hele lijst

Concept-kandidatenlijst CDA

4. Pieter Omtzigt (actief geweest bij jongerenorganisatie CNV).
14. Michel Rog (was bestuurder bij de Unie en voorzitter van CNV Onderwijs).
19. Evert-Jan Slootweg (had verschillende functies bij het CNV).
De hele lijst.


  1. In sommige Europese landen wordt de relatie tussen politiek en vakbeweging vooral gezien als een zaak van de sociaal-democratische partijen. In Nederland zijn er daarnaast veel christen-democratische Kamerleden met een vakbondsachtergrond. Hun aantal laat een vergelijkbare ontwikkeling zien als de sociaal-democratische Kamerleden met een vakbondsachtergrond. De huidige Kamerleden met een vakbondsachtergrond zijn Harm Brouwer (PvdA, FNV), Sjoera Dikkers (PvdA, CNV), Fatma Koser Kaya (D66, FNV), John Kerstens (PvdA, FNV) Jesse Klaver (GroenLinks, CNV), Pieter Omtzigt (CDA, CNV), Michel Rog (CDA, CNV), Paul Ulenbelt (SP, FNV / NVV) en Linda Voortman (GroenLinks, FNV). Update december 2016: In dit overzicht ontbreekt Mei Li Vos, voormalig voorzitter Alternatief voor Vakbond (een organisatie waarover uiteenlopend wordt gedacht maar die zichzelf omschrijft als vakbond).

  2. Daarmee beweer ik niet dat het overheidsbeleid een rechtstreeks gevolg is van de achtergrond van Kamerleden - waarschijnlijk is de relatie complexer.

Pages