Amsterdam

The Digital City

Amsterdam has a new coalition agreement. The paragraph on democratisation and the Digital City was well received - a London-based researcher from Amsterdam liked the plans so much she decided to translate them into English.

The new coalition wants to create a democratic version of the smart city. Citizens should be in control of their data. The city will support co-operations that provide an alternative to platform monopolists. An information commissioner will see to it that the principles ‘open by default’ and ‘privacy by design’ are implemented.

The agreement also lists a number of issues the city is (or was) already working on:

  • City council information will be opened up. In 2015, the city council asked to make documents such as council meeting reports, motions, written questions etc available as open data. Since, some of that data has been made available through Open Raadsinformatie, but as yet no solution has been found for offering all council information in a machine readable form.
  • Freedom of information requests (Wob requests) will be published. Amsterdam started publishing decisions on Wob requests earlier this year; so far three have been [published][wob].
  • Interestingly, Amsterdam wants to use open source software whenever possible. Over ten years ago, Amsterdam planned a similar move, and its plans were sufficiently serious to needle Microsoft. In 2010, the plans foundered on an uncooperative IT department.

All in all, a nice combination of new ambitions and implementation of ‘old’ plans.

De digitale stad

Amsterdam heeft een nieuw coalitieakkoord. De passage over democratisering en de Digitale Stad is goed ontvangen - een Amsterdams-Britse onderzoeker was zo enthousiast dat ze een Engelse vertaling maakte.

De nieuwe coalitie wil een democratische invulling geven aan de smart city. Burgers moeten meer controle krijgen over hun data, er worden niet meer gegevens verzameld dan nodig en er komt steun voor coöperaties die een alternatief willen bieden voor platformmonopolisten. Een informatiecommissaris gaat erop toezien dat de uitgangspunten ‘open tenzij’ en ‘privacy by design’ worden waargemaakt.

Het akkoord noemt ook een aantal onderwerpen waar de gemeente al mee bezig is (of was):

  • Raadsinformatie wordt toegankelijk. In 2015 heeft de gemeenteraad daar al om gevraagd. Sindsdien is een deel van de raadsinformatie beschikbaar via Open Raadsinformatie, maar er is nog geen goede oplossing om alle raadsinformatie in een goed doorzoekbare en analyseerbare vorm beschikbaar te stellen.
  • Wob-verzoeken en documenten worden toegankelijk. Hier is ook al een begin mee gemaakt. Tot nog toe zijn er drie Wob-besluiten gepubliceerd.
  • Ook interessant is dat Amsterdam zo veel mogelijk met open-sourcesoftware gaat werken. Ruim tien jaar geleden was Amsterdam dat al van plan, en dat was serieus genoeg om Microsoft op de kast te jagen. In 2010 leden de plannen schipbreuk op ambtelijke weerstand.

Al met al een mooie mix van nieuwe ambities en uitvoering van ‘oude’ plannen.

Doe-het-zelfonderzoek: fietsenrekken en stoplichten

DTV Consultants doet een oproep: help tellen hoeveel fietsen er geparkeerd staan bij woningen en bij voorzieningen als winkels, scholen, en horeca. Die cijfers willen ze gebruiken om de fietsparkeerkencijfers te actualiseren. Deze kencijfers zijn in 2010 vastgesteld en worden door gemeenten als richtlijn gebruikt.

De vraag van DTV is simpel: tel op een druk moment hoeveel fietsen er geparkeerd staan bij een woning of voorziening, vul een excelformulier in en stuur de gegevens op. Het ideale tijdstip om te tellen verschilt per voorziening, maar het is in ieder geval de bedoeling om te tellen bij mooi weer. DTV zoekt zelf het vloeroppervlak erbij. Als het opgegeven aantal fietsen niet reëel lijkt, nemen ze contact op.

Er zit wel een nadeel aan de kencijfers en de manier waarop ze worden vastgesteld. Als er te weinig fietsenrekken zijn zullen minder mensen de fiets pakken. Als je dan fietsen gaat tellen om te bepalen hoeveel fietsenrekken er nodig zijn, hou je het probleem in stand.

Informatie over het fietstelproject van DTV Consultants vind je hier. Het is de bedoeling dat de tellingen worden uitgevoerd in de maand mei.

Genoeg fietsenrekken? Bereken het zelf

Kan je je fiets niet kwijt? Je kan zelf berekenen of er wel genoeg fietsenrekken zijn in je straat - althans, volgens de bestaande normen:

  • Zoek bij het Kadaster op straatnaam plus gemeente. Klik op het V-tje naast ‘Toon bijbehorende adressen’, rechts op de resultatenpagina.
  • Zoek voor alle adressen de gebruiksfunctie op en zoek de bijbehorende norm op. Hier vind je de landelijke normen uit 2010, hier de normen voor Amsterdam. Amsterdam hanteert bijvoorbeeld voor supermarkten een norm van 4,3 fietsenrek per 100 vierkante meter vloeroppervlak. Deze norm geldt voor het deel van de stad waar het meest wordt gefietst, grofweg binnen de ring en ten zuiden van het IJ.
  • In dit geval is de norm gebaseerd op het vloeroppervlak. Dat kan je ook vinden bij het Kadaster. Voor Jodenbreestraat 21, waar de AH zit, is dat bijvoorbeeld 1.730 vierkante meter.
  • Je komt dan op 4,3 * 1.730 / 100 ofwel ongeveer 75 fietsparkeerplekken.
  • Voor woningen is er een norm per woning en een norm per kamer. Als je weet hoeveel kamers een woning heeft, kan je die norm gebruiken. Let op: je moet per woning ook nog 0,5 à 1 fietsparkeerplek toevoegen voor bezoekers.

In de Jodenbreestraat halen ze die 75 plekken misschien nog wel, dat hangt er vanaf hoeveel fietsen je rekent per fietsparkeervak. Bij een filiaal als de Vijzelstraat (zie foto boven dit artikel) wordt de norm duidelijk niet gehaald. Maar dat is ook wel een lastige plek. Misschien moet hier de stoep wat breder en de weg wat smaller.

In de praktijk zal de berekening soms wat ingewikkelder zijn. Het werkt waarschijnlijk het beste als je de straat goed kent. En verder is de norm niet heilig. Als er in theorie genoeg fietsenrekken zijn maar je kan toch je fiets niet kwijt, dan betekent dat misschien dat de norm te laag is.

Stoplichten

Het onderzoek van DTV Consultants is natuurlijk niet het enige voorbeeld waarbij de hulp van het publiek wordt ingeroepen. Denk aan de Fietstelweek waarin duizenden fietsers met een app hun lokatiegegevens beschikbaar hebben gesteld. Die gegevens kan je bijvoorbeeld gebruiken als je wil weten hoe lang fietsers bij een rood licht staan te wachten.

Maar dat kan nog simpeler. Althans, dat hoopt de Britse voetgangersorganisatie Living Streets, zo blijkt uit onderstaande tweet:

RESEARCH: Take a 2 hour random walk in your city/town centre with a stopwatch. Record wait time per signal junction. Need number jncts, average and max wait time. Tweet us results using #waitingfortheman

Hier een van de antwoorden:

Central London. 37 junctions. 53 seconds average. 127 max. #waitingfortheman

Tot nog toe lijken er niet zo heel veel bruikbare reacties te zijn binnengekomen (verder gaan sommige #waitingfortheman-tweets natuurlijk over de Velvet Underground). Maar misschien was het doel vooral om mensen aan het denken - en aan het wandelen - te zetten. Hoe dan ook een leuk project.

Voter revolt in Amsterdam

In the 21 March municipal election, many Amsterdammers voted for new parties. The map below shows the effect this had on parties that already had seats on the city council. Red circles represent polling stations where the established parties lost; the rare green circles show where they won. The size of the circles corresponds to their gain or loss in percentage points.

Established parties lost across the city, but less so in Centrum and Zuid. The voter revolt was felt most in the peripheral districts Nieuw-West, Noord and Zuidoost, followed by parts of West and Oost. At some polling stations, support for the established parties declined by 15 to over 30 percentage points, with a peak of 43 percentage points.

The success of the new parties has been explained by ethnic background (especially DENK gained substantial ethnic minority support), but there’s also a socio-economic component. The chart below, showing results at the neighbourhood level, illustrates this. The share of votes for the new parties DENK, FvD, BIJ1 plus ChristenUnie is larger than the loss of the established parties, because they also won votes from parties that didn’t make the city council four years ago.

The new parties got their votes mainly in the less affluent neighbourhoods of Amsterdam, as measured by the average value of houses. This doesn’t have much impact on pro-market parties like VVD and D66, which get most of their votes in the richer parts of the city. For the social-democrat PvdA and socialist SP, things are different. The chart below shows what happened to their voters. Grey circles represent the 2014 election; red ones the situation in 2017/2018 (the scale on the y-axis is slightly different from the one above).

First, it should be noticed that most circles have moved to the right: the value of houses has increased significantly over the past years. This effect tends to be somewhat stronger in richer neighbourhoods. As a result, inequality has increased.

In 2014, PvdA and SP had considerable support in the less affluent neighbourhoods, but those are also the neighbourhoods where they lost most on 21 March. By now, their support there is hardly larger than in the richer neighbourhoods anymore. This effect is strongest for the PvdA (note that this effect doesn’t apply to other left-wing parties like GroenLinks).

Over the past years, concern has grown over Amsterdam’s social divide. The 21 March election outcome can be seen as a reflection of this inequality. In the less affluent peripheral neighbourhoods, established parties lost votes, as new parties grew.

The winner of the election, green party GroenLinks, has opted not to invite these new parties to the negotiations for a coalition agreement. In itself, there’s nothing wrong with that choice. Meanwhile, the new city government will need to come up with a credible answer to the city’s social divide. GroenLinks has often identified this as one of the key issues that need to be addressed.

For data sources and method, see the Dutch version of this article.

De kiezersrevolte in Amsterdam

Veel Amsterdammers hebben op nieuwe partijen gestemd op 21 maart. Het kaartje hieronder laat zien wat voor gevolgen dat had voor de partijen die al in de raad vertegenwoordigd waren. Rode cirkels zijn stembureaus waar de gevestigde partijen verlies leden; de zeldzame groene cirkels laten zien waar ze juist hebben gewonnen. De grootte van de cirkels correspondeert met het aantal procentpunt winst of verlies.

Bijna overal hebben de gevestigde partijen verloren, maar in Centrum en Zuid bleef het verlies beperkt. De kiezersrevolte was het grootst in Nieuw-West, Noord en Zuidoost, gevolgd door delen van West en Oost. Op sommige stembureaus daalde de steun voor de bestaande partijen met 15 tot ruim 30 procentpunt, met een uitschieter naar 43 procentpunt.

Het succes van de nieuwe partijen is in verband gebracht met etnische achtergrond, maar er is ook een sociaal-economische component. De grafiek hieronder laat dat zien. Hier gaat het om resultaten op wijkniveau. Het aandeel van nieuwe partijen (hier gemakshalve opgevat als DENK, FvD, BIJ1 plus ChristenUnie) is groter dan het verlies van oude partijen, omdat de nieuwe partijen ook stemmen hebben gewonnen van partijen die vier jaar geleden de raad niet hebben gehaald.

De nieuwe partijen hebben vooral stemmen gekregen in de minder rijke wijken van Amsterdam, afgemeten aan de gemiddelde woningwaarde. Partijen als VVD en D66 hebben hier niet zoveel last van; die hebben hun aanhang vooral in de rijkere delen van de stad. Voor PvdA en SP ligt dat anders. De grafiek hieronder laat zien wat er met hun aanhang is gebeurd. De grijze cirkels hebben betrekking op 2014; de rode op 2017/2018 (de schaal op de y-as is niet helemaal hetzelfde als hierboven).

In de eerste plaats valt op dat de meeste cirkels naar rechts zijn geschoven: woningen zijn de afgelopen jaren (veel) meer waard geworden. Dit effect is door de bank genomen wat sterker in de rijkere wijken, waardoor het verschil tussen rijke en arme wijken toeneemt.

In 2014 hadden PvdA en SP veel steun in de minder rijke buurten, maar juist daar hebben ze op 21 maart verlies geleden. Inmiddels is hun steun hier nauwelijks nog groter dan in de rijkere buurten. Dit effect is het sterkste bij de PvdA (bij andere linkse partijen als GroenLinks is dit effect niet te zien).

De afgelopen jaren is er toenemende aandacht voor de tweedeling (of driedeling) in Amsterdam. De verkiezingsuitslag van 21 maart kan worden gezien als een uitdrukking van deze ongelijkheid: in de minder rijke wijken buiten het centrum verloren de gevestigde partijen veel stemmen. Nieuwe partijen boekten daar winst.

Winnaar GroenLinks heeft ervoor gekozen om deze nieuwe partijen niet uit te nodigen voor de coalitiebesprekingen. Daar is op zich niets mis mee. Ondertussen zal het nieuwe stadsbestuur wel met een geloofwaardig antwoord moeten komen op de ongelijkheid in de stad. Voor GroenLinks was dit overigens al een speerpunt.

Methode

De uitslagen per stembureau zijn afkomstig van OIS (2014, 2018). Coördinaten van stembureaus zijn grotendeels ontleend aan Open State. Iets om mee op te passen is dat stembureaus uit 2014 niet altijd overenkomen met stembureaus uit 2018, ook al hebben ze hetzelfde nummer. Dit betekent dat een deel van de stembureaus niet kan worden gebruikt bij een vergelijking tussen 2014 en 2018. Waar dit wel het geval is, weet ik niet zeker of altijd precies dezelfde kiezers zijn opgeroepen. Woningwaarde is ontleend aan de Kerncijfers wijken en buurten van het CBS. Wijken zijn gebaseerd op de huidige indeling (zie hier hoe de huidige wijken kunnen worden gekoppeld aan buurten van voor 2016).

Pages