salonanarchist | leunstoelactivist

Duh


95 miljard steun aan de banken, is dat veel?

Hoeveel geld heeft het redden van de banken ons eigenlijk gekost? In de media circuleert een bedrag van 150 miljard euro, dat weer is gebaseerd op een publicatie van de Nederlandsche Bank. In een evaluatie van de Europese Commissie (EC) staat dat Nederland 95 miljard heeft uitgegeven. Ik heb aan de Nederlandsche Bank gevraagd hoe het verschil tussen deze bedragen verklaard kan worden. Uit het antwoord blijkt dat de EC heeft geprobeerd om rekening te houden met de waarde van bezittingen die we hebben verworven door de steunverlening (Noot).

Voorzichtigheidshalve ga ik uit van de 95 miljard die de EC noemt. Dat is ongeveer een zesde van wat we per jaar verdienen, ofwel ruim 5.700 euro per inwoner, ofwel bijna zeven keer het bedrag aan extra bezuinigingen waarover VVD, CDA en PVV overeenstemming dachten te hebben bereikt. Een deel van die 95 miljard zal worden terugbetaald of terugverdiend, maar hoeveel is onduidelijk.

De bovenstaande kaart laat de staatssteun zien als percentage van het bbp. Drie landen zitten (ver) boven het Nederlanse percentage, met Ierland als uitschieter. De meeste landen hebben echter een (veel) kleiner deel van hun binnenlands product aan de financiële sector gegeven. Volgens de Nederlandsche Bank is het logisch dat Nederland veel geld heeft uitgegeven aan staatssteun omdat we nu eenmaal een grote financiële sector hebben. Maar de EC heeft de staatssteun berekend als aandeel van de financiële sector, en dan blijkt dat Nederland nog steeds op anderhalf keer het gemiddelde zit. Kortom, hoe je het ook bekijkt: de kosten van het redden van de banken waren in Nederland hoog.

Een scheiding tussen nuts- en zakenbanken zou kunnen helpen voorkomen dat de overheid in de toekomst opnieuw miljarden moet uitgeven om banken te redden. Wat de bankenlobby betreft gaat zo’n scheiding er niet komen.

Summary: 

According to an EC evaluation, the Netherlands have spent 95 billion euros on state aid to financial institutions. Both relative to gdp (see map) and relative to the size of the financial sector, this is more than most other European countries.

Tags: 

Hoe kwam Tinkebell aan al die privégegevens

Bijna drie jaar geleden publiceerden de kustenaars Tinkebell en Coralie Vogelaar het boek Dearest Tinkebell, waarin ze de identiteit, foto’s, adressen en allerlei gênante privégegevens publiceerden van mensen die haatmails aan ‘kattenmoordenares’ Tinkebell hadden gestuurd. Het boek staat opnieuw in de belangstelling vanwege een artikel dat gisteren in de Guardian verscheen.

Hoe pakte Tinkebell het onderzoek naar haar bedreigers aan? “Door uit te zoeken of de emailadressen ook bij andere sites waren geregistreerd kon ze gemakkelijk de identiteit van veel van haar bedreigers achterhalen”, schrijft de Volkskrant. Op die manier kreeg ze toegang tot ‘Facebook-profielen, Amazon-verlanglijstjes en YouTube-accounts’.

Zo gemakkelijk als de Volkskrant het voorstelt was het natuurlijk niet. In een bijlage in het boek beschrijft Vogelaar vijf stappen om de identiteit van een mailer te achterhalen. Stap 1 bestaat er simpelweg uit om het emailadres te googlen. “Often this only resulted in comments on blogs and sometimes a small profile but rarely in a full name.”

Blijkbaar kwam de interessante informatie meestal pas boven water in stap 2, waarin de emailadressen werden gekoppeld aan de bestanden van Rapleaf (stappen 3 tot en met 5 gaan vooral over het verifiëren van de gevonden informatie). Toen Tinkebell en Vogelaar hun boek publiceerden had nog niemand van dit bedrijf gehoord. Dat veranderde in 2010, toen de Wall Street Journal enige ophef veroorzaakte met een serie artikelen over de handel in online verzamelde privégegevens, onder de titel ‘What they know’.

Eén van de belangrijkste bedrijven op deze markt is Rapleaf, dat destijds claimde over een miljard emailadressen te beschikken. Deze adressen worden gekoppeld aan gegevens over wat je doet op sociale netwerksites, gegevens over je aankopen en andere informatie. Op die manier krijgt het bedrijf een zeer gedetailleerd beeld van je. Een woordvoerder zei destijds dat Rapleaf nooit namen van personen doorgeeft aan zijn klanten, maar Vogelaar en Tinkebell hadden al laten zien dat je met de gegevens van het bedrijf zonder problemen iemands identiteit kan achterhalen – en nog veel meer.

Summary: 

In 2010, the WSJ caused a bit of a stir by describing how companies like Rapleaf deal in very detailed personal information, gathered online. A year and a half earlier, artists Tinkebell and Vogelaar had already demonstrated how Rapleaf’s databases can be used to expose the identity, photos, addresses and embarrassing personal details of people who had sent threat mails to ‘cat murderer’ Tinkebell (see also the Guardian on their project).

Tags: 

Fietshelm

De Fietsersbond zet hier nog eens op een rijtje waarom het promoten van de fietshelm niet zo’n goed idee is. Een overtuigend verhaal, maar één van de argumenten intrigeert me: dat helmen ontworpen zijn voor snelheden tot 20 km per uur en dat ze bij hogere snelheden veel minder effect hebben. Dat suggereert dat een helm op de racefiets niet zoveel zin heeft. Het lijkt me raar dat al die professionele wielrenners dus voor niks een helm dragen.

Peter Winnen schreef van de week in NRC Handelsblad dat er dit seizoen al meer dan dertig renners ‘met breuken van het asfalt [zijn] geraapt’. Hij wijt dit voor een deel aan de illusie van veiligheid die ze ontlenen aan een trendy talisman, de ‘MyKnoaky’, en maakt een vergelijking met de fietshelm:

Ik heb de periode meegemaakt dat het peloton van helmloos overging op de pothelm. Wat een veilig ding was dat, zeg. Maar als een afstandelijke observator nam ik vreemde dingen waar in mijn binnenste. Daar ontwaakte een duiveltje dat dingen zei als: er mag nu best wat scherper gekoerst worden. Wat ik ook deed. Vanaf toen raakte ik wat vaker met mijn hoofd de grond. Ook omdat die pot in de weg zat bij het ‘afrollen’ tijdens de val.

Vooralsnog blijf ik toch maar een helm dragen op de racefiets. En probeer ik een beetje voorzichtig te doen.

Summary: 

Promoting bicycle helmets is not such a good idea, but some even seem to suggest there’s no point in wearing a helmet on a racing bicycle. I’ll keep on wearing one when I’m riding my racer, though.

Tags: 

Pages