salonanarchist | leunstoelactivist

Dafne Schippersbrug: de Fietsersbond Routeplanner kent hem al, Google Maps nog niet

Vanmiddag ging ik voor het eerst naar mijn nieuwe werkplek bij Leidsche Rijn. De routeplanner van de Fietsersbond gaf meteen een route over de vanochtend geopende Dafne Schippersbrug; Google Maps kende deze optie nog niet. Complimenten voor de vrijwilligers van de Fietsersbond die de routeplanner actueel houden.

UPDATE 9 mei 2017 - De brug is nu ruim een maand in gebruik, maar op Google Maps is hij nog niet te vinden. Misschien wachten ze op de officiële opening aanstaande zaterdag.

Tags: 

Zijn er genoeg stemlocaties

Open State heeft de locaties van stembureaus verzameld en ze als open data beschikbaar gesteld. Daaruit blijkt dat er woensdag op een kleine negenduizend plekken gestemd kan worden.

Is dat genoeg? Over ongeveer die vraag is vorig jaar een rechtzaak gevoerd. De Brabantse gemeente Son en Breugel had besloten om bij het Oekraïnereferendum drie stembureaus in te richten, in plaats van de gebruikelijke tien. Forum voor Democratie is toen samen met twee inwoners naar de rechter gestapt.

Uit onderzoek zou zijn gebleken «dat er causaal verband bestaat tussen, kort gezegd, de stemfaciliteiten die aan een kiezer worden geboden (aantal, afstand, locatie) en de mate waarin die kiezer gebruik zal maken van zijn stemrecht». Helaas ontbreekt een bronvermelding.

Uit het verslag van de rechtzaak blijkt dat er niet zoveel geregeld is. In de wet staat alleen dat een gemeente tenminste één stembureau moet inrichten. In de praktijk hanteren gemeenten een informele norm van 1.200 kiesgerechtigden per stembureau. De rechter neemt die informele norm niet zonder meer over, maar kwam wel met een nieuwe regel: je mag niet zomaar het aantal stembureaus drastisch verlagen. Met als argument dat gemeenten zich ‘servicegericht’ op moeten stellen.

Zoals gezegd deden twee inwoners uit Son en Breugel mee aan de rechtzaak. Ze kampen met gezondheidsklachten en wilden daarom graag dat hun ‘vaste’ stembureau om de hoek weer open zou gaan. Daar ging de rechter niet in mee: er is «geen recht voor de individuele burger op het instellen van een stembureau op een afstand op 50 meter van zijn woning, ook niet als die burger slecht ter been is».

Stemlocaties per gemeente

Een analyse van de stemlocaties in Nederland laat zien dat het aantal stemlocaties sterk samenhangt met het aantal kiesgerechtigden in een gemeente. Gezien de informele norm die gemeenten hanteren was dat ook wel te verwachten.

In een doorsnee gemeente is er een stemlocatie per ruim 1.400 kiesgerechtigden. Dat is meer dan de informele norm van 1.200, maar dat heeft wellicht te maken met het verschil tussen stemlocaties en stembureaus (zie Methode).

Er zijn relatief weinig stemlocaties in gemeenten als Haaren, Capelle a/d IJssel (allebei ongeveer 2.800 kiesgerechtigden per locatie) en Heerenveen (3.550). In Son en Breugel kan woensdag op 9 locaties worden gestemd; dat betekent gemiddeld 1.410 kiesgerechtigden per locatie. Een doorsnee gemeente, wat dat betreft. Maar het favoriete stembureau van de twee inwoners die naar de rechter waren gestapt, zit er niet meer bij.

Stemlocaties per wijk

Uit de referendumzaak blijkt dat er wel een informele norm bestaat over het aantal stembureaus in relatie tot het aantal kiesgerechtigden, maar niet over de afstand tot een stembureau. De meeste Amsterdammers zullen geen moeite hebben om een stembureau op loopafstand te vinden, maar hoe zit dat op het platteland? Daar valt wel iets over te zeggen met een analyse op wijkniveau.

Het aantal kiesgerechtigden per wijk is denk ik niet formeel bekend, maar het aantal inwoners natuurlijk wel. Ook dat hangt duidelijk samen met het aantal stemlocaties: hoe meer inwoners in een wijk, hoe meer stemlocaties. Maar de vraag is of er relatief meer stemlocaties zijn in dunbevolkte gebieden. De grafiek hierboven laat het antwoord zien: ja, hoe lager de bevolkingsdichtheid, hoe hoger het aantal stemlocaties per 10.000 inwoners.

Hoe dat in de praktijk ongeveer werkt, is te zien op de kaart hieronder.

kaart

Dunbevolkte gebieden van ons land hebben vaak relatief veel stemlocaties. Dit geldt bijvoorbeeld voor delen van Zeeland, Limburg, Oost-Nederland en vooral Noord-Nederland. Deels geldt dat ook voor de Waddeneilanden, maar daar zijn altijd extra stemmers vanwege het toerisme. De donkergroene wijken zijn vaak (maar zeker niet altijd) wijken met hoogstens een paar honderd inwoners, die toch een stembureau hebben gekregen.

Al met al lijkt het erop dat gemeenten bij de inrichting van stembureaus niet alleen kijken naar het aantal kiesgerechtigden, maar ook naar de afstand die ze moeten afleggen. Klinkt redelijk. Als je echt wil weten hoe het zit, dan zou je eigenlijk voor alle woonadressen in Nederland moeten uitrekenen hoe ver de dichtstbijzijnde stemlocatie is. Die klus laat ik graag aan iemand anders over.

UPDATE - DUIC heeft ondertussen voor de stad Utrecht de afstand van woonadressen tot stemlocaties laten berekenen. De maximale afstand is 3,5 kilometer; de mediaan 332 meter.

Methode

De gegevens over stemlocaties zijn verzameld en beschikbaar gesteld door Open State. Soms zijn er op een locatie meerdere stembureaus, althans in Amsterdam is dat vrij gebruikelijk. Open State lijkt in principe meerdere stembureaus op dezelfde locatie als één locatie te hebben opgevat. Toch komt het een enkele keer voor dat dezelfde locatie (identieke coördinaten) meer dan één keer in het bestand zit; ik denk dat die erdoor zijn geslipt. In het Open State-bestand zitten 9018 locaties; nadat ik de duplicaten had verwijderd waren dat er 8744.

Gegevens over kiesgerechtigden per gemeente zijn te vinden bij het CBS (in dit bestand zijn gemeenten Gennep, Schijndel en Sint Oedenrode nog opgenomen als aparte gemeenten).

Bij het samenvoegen van dit soort bestanden ontstaan altijd problemen doordat gemeentenamen niet consistent worden gespeld of omdat er problemen zijn met de weergave van namen met speciale tekens, zoals S√∫dwest-Frysl√¢n. Open State heeft dit ondervangen door netjes de gemeentecode in het bestand op te nemen. In de CBS-cijfers over kiesgerechtigden is dat helaas niet het geval.

Ik dacht dit op te lossen door elders bij CBS een bestand te downloaden met de gemeentecodes. Maar toen ik de twee CBS-bestanden aan elkaar wilde koppelen bleek dat het CBS zelf geen consistente schrijfwijze hanteert. Kortom, het zou fantastisch zijn als het CBS voortaan standaard in alle datasets met regionale gegevens de bijbehorende regiocodes zou opnemen…

Voor de analyse op wijkniveau heb ik de wijk- en buurtkaart van het CBS (editite 2015) gebruikt. Deze heb ik samen met de Open State-gegevens geopend in Qgis en bepaald hoeveel stemlocaties er zijn per wijk door middel van een points in polygon-analyse.

Hier is de code voor het verwerken van de gegevens.

Update - Het blijkt wel degelijk mogelijk te zijn om gemeentecodes te krijgen bij de CBS-data, als je ze downloadt als SPSS-bestand. Zie ook hier over het inlezen van de gegevens met Python.

Tags: 

Tewerkstelling: hoe werklozen werden ingezet bij de aanleg van onze fietspaden

Op diverse plaatsen in het land worden door werklozen rijwielpaden aangelegd. De gemeenschap mag gerust een hartelijk „dank je” terugzeggen!, aldus een fotobijschrift in Het Vrije Volk uit 1953. De tekst staat bij een foto waarop mannen met een schop werken aan een fietspad.

Een tijdje terug fietste ik van de Heuvelrug naar Soesterberg. Onderweg kwam ik een monument tegen ter herinnering aan de activiteiten van de Rijwielpadvereniging Utrecht met Omstreken (U.M.O.). Ik had er nooit zo bij stilgestaan hoe onze fietspaden zijn ontstaan. Nieuwsgierig geworden ging ik op zoek naar informatie en zo stuitte ik ook op de rol van de tewerkstelling.

Rijwielpadverenigingen

De eerste fietspaden werden eind 19e eeuw aangelegd en in 1906 werd voor het eerst een vereniging opgericht die zich hier specifiek mee bezighield: Vereniging Het Fietspad in Meppel. In 1950 waren er tien regionale Rijwielpadverenigingen die samen zo’n 2.000 kilometer aan recreatieve fietspaden beheerden, aldus het boekje Fiets en geniet! van de A.N.W.B. (ter vergelijking: vandaag de dag is er bijna 35.000 kilometer aan fietspaden, maar dat is inclusief niet-toeristische fietspaden).

De leden van deze verenigingen gingen waarschijnlijk niet zelf met een schop de natuur in, maar ze brachten wel geld bij elkaar. Neem Het Drentsche Rijwielpad, opgericht in 1916. Binnen een half jaar had de vereniging 7.000 leden die elk 50 cent contributie per jaar betaalden. Begunstigers betaalden tenminste ƒ1 (Simons 1990).

Bestuurlijke elite

De Rijwielpadverenigingen hadden vaak nauwe banden met de bestuurlijke elite. Het Drentsche Rijwielpad had de Commissaris der Koningin als beschermheer; andere verenigingen hadden een burgemeester als voorzitter. In 1948 beschreef De Kampioen, het blad van de A.N.W.B., hoe een plaatselijke vereniging functioneert:

Deze vereniging werkt nauw samen met het gemeentebestuur. Inkomsten geniet de vereniging uit de burgerij, van belanghebbende fabrieken, winkeliers etc. en tevens is het zaak, dat de gemeente bijdraagt.

Een belangrijk motief voor de overheid en de middenstand om mee te betalen was dat fietspaden toeristen aantrokken.

De rol van de overheid nam sterk toe door de inzet van werklozen. In 1925 werd al geschreven over een werkverschaffingsproject van de gemeente Vlagtwedde waarbij een fietspad werd aangelegd van Sellingen naar Terapel-kanaal. De werklozen hadden het werk neergelegd - volgens kranten onder druk van stakende veenarbeiders.

Appeltje voor de dorst

Vanaf de jaren dertig gingen werklozen een grotere rol spelen bij de aanleg van fietspaden. De aanleg van fietspaden werd hierdoor afhankelijk van de economische conjunctuur. De Kampioen schreef in 1948:

De rijksdienst voor het Nationale Plan heeft neiging de aanleg van zeer grote werken als een „appeltje voor de dorst” naar tijden van depressie te verschuiven. En daar valt eigenlijk niets tegen in te brengen, want een groot deel der paden van de rijwielpadverenigingen is in de crisisjaren door werklozen aangelegd.

De lezer zal een min of meer hoorbare zucht slaken en opmerken, dat er dus weinig perspectief in die rijwielpaden zit.

Maar in de jaren vijftig kwam er opnieuw schot in de zaak, in ieder geval in Drenthe. «Het was weer de sterk toegenomen werkloosheid waardoor een opening werd geboden», aldus geschiedschrijver W.J. Simons.

Bloedende handen

Het lijkt verstandig Keynesiaans beleid om tijdens recessies te investeren in infrastructuur en zo banen te creëren. Maar hoe zat het met de arbeidsrechten van de tewerkgestelde werklozen? Over de specifieke omstandigheden bij de aanleg van fietspaden heb ik niet zoveel kunnen vinden, maar wel over de tewerkstelling in bredere zin.

Een bekend voorbeeld van werkverschaffing was de aanleg van het Amsterdamse Bos. Daar werd 37 kilometer fietspad aangelegd, maar de grootste klus was het uitgraven van de roeibaan. In een terugblik schreef De Waarheid over mensonterende toestanden, opzichters die zich gedroegen als slavendrijvers en slechte arbeidsomstandigheden:

Bloedende handen in de vrieskou waren een regelmatig terugkerend beeld. Soms gebeurde het dat ploegen nauwelijks hun steunbedrag haalden wegens kapotte, opengebarsten handen.

Volgens de Waarheid zwegen de meeste kranten over de misstanden. Wat uiteindelijk wel naar buiten kwam, was dat veel werklozen minder verdienden dan hun steunuitkering, terwijl ze door hun werk ook nog eens hogere kosten hadden. Na bemiddeling van de vakcentrales werd het loon iets verhoogd.

Oosterpark

Begin jaren vijftig meldde het bestuur van Rijwielpadvereniging Gooi- en Eemland dat het te lage lonen betaalde (waarschijnlijk ging het om reguliere arbeiders en niet om de werkverschaffing). Het is onduidelijk wat de achtergrond was: vond men de lonen onrechtvaardig? Of had men moeite om voldoende arbeiders te vinden voor het geboden loon?

Over de opvattingen van de politiek is meer te vinden. Op 26 februari 1935 vergaderde de Groningse gemeenteraad over de voltooiing van het Oosterpark, waarbij zijdelings ook de aanleg van fietspaden ter sprake kwam. Het verslag in het Nieuwsblad van het Noorden geeft een fascinerend beeld van de standpunten over de tewerkstelling.

Het Rijk was bereid om mee te betalen, maar op basis van een minimum-uurloon van 35 cent en een vergoeding voor regenverlet van 33 cent. Als het weekloon lager uit zou vallen dan de steunuitkering, kon dit worden aangevuld. Voor de sociaal-democraten waren deze arbeidsvoorwaarden onacceptabel. Raadslid Polling:

Welk gevoel moeten de arbeiders later hebben, als zij door het mooie park wandelen, dat zij hebben aangelegd, terwijl zij in diepe ellende waren gedompeld. […] Wij hebben willen meewerken tot het plan, wanneer er eenigszins redelijke loonen zouden worden betaald. Maar als de Minister dergelijke loonen bepaalt, dan moet het park maar park blijven. Spr. weigert medewerking aan de tot standkoming van het park, wanneer dat moet geschieden onder deze ellendige omstandigheden.

Het rechtvaardigheidsgevoel van de sociaal-democraten botste met het moralisme van de vrijzinnig-democraten:

De heer PLAAT (v.d.) vermoedt, dat de arbeider, die later door het park zal loopen, zal denken: „Was ik maar aan het werk”. STEMMEN: — Ja, ja

De heer KROL [vrijzinnig-democraten] wijst er op, dat hij steeds voor verschillende werken in werkverschaffing is geweest. Alles is beter dan de demoraliseerende invloed van het rondloopen. Spr. wijst op rijwielpaden aan den Paterswoldscheweg.

De heer GASAU [sociaal-democraten] noemt het huilen met krokodillentranen, wanneer men het jammer vindt, als deze voordracht door de sociaal-democraten wordt verworpen. Spr.’s fractie is nog niet zoo ver, dat zij tot elken prijs in werkverschaffing wil laten uitvoeren. Dat wordt op den duur funest, niet alleen voor de arbeiders, doch ook voor de koopkracht van de stad.

Uiteindelijk werd het voorstel aangenomen met tegenstemmen van de sociaal-democraten en de communisten.

Dienstweigeraars

Maar de tijden veranderden. In 1953 maakte democratisch-socialistisch dagblad Het Vrije Volk een reportage over de werkverschaffing, onder meer bij de aanleg van fietspaden. Het rechtvaardigheidsgevoel van de Groningse sociaal-democraten had plaatsgemaakt voor het paternalistische woordgebruik dat we ook kennen van de hedendaagse tewerkstellingsprojecten, die bijkans worden voorgesteld als een gunst aan de werklozen. Dat de tewerkstelling ondertussen ten koste gaat van reguliere banen, daar moesten we maar niet al te moeilijk over doen, aldus het Vrije Volk.

Er zijn nog pogingen gedaan om ook anderen dan werklozen te werk te stellen bij het onderhoud van fietspaden, maar dat lijkt geen groot succes te zijn geworden. Dienstweigeraars bijvoorbeeld saboteerden het werk en gingen in staking.

Een geval apart is de gemeente Venray, die inwoners dreigde met tewerkstelling als ze hun gemeentebelasting niet betaalden. Zes inwoners werden daadwerkelijk ingezet bij werkzaamheden aan fietspaden. Eén van hen deed aangifte bij de rijkspolitie wegens het ontbreken van onder meer wc’s, wasgelegenheden en een verbandtrommel.

Wortels

Elke fietser ergert zich waarschijnlijk wel eens aan een slecht onderhouden fietspad. De A.N.W.B. schreef hierover in Fiets en geniet!:

Alleen als het pad verwaarloosd is, als er overal mulle plekken in zitten of omhoog groeiende wortels van bomen, merken we, en hóe, dat we ons op een pad bevinden, dat met veel moeite en kosten moest worden aangelegd en onderhouden.

De A.N.W.B. vroeg terecht aandacht voor de arbeid van de rijwielpadverenigingen. Dit kan worden aangevuld met de boeren die bereid waren gratis materialen te vervoeren, buitenlandse studenten die in Zeeland aan het werk gingen, en zeker niet in de laatste plaats de werklozen die honderden kilometers fietspad hebben aangelegd.

Maar daarnaast sta ik graag stil bij de Groningse gemeenteraadsleden die weigerden mee te werken aan de uitholling van arbeidsrechten in de werkverschaffing. Hedendaagse gemeentebesturen kunnen hier een voorbeeld aan nemen.

Nu ik toch het een en ander heb uitgezocht over de rijwielpadverenigingen, heb ik er ook maar een Wikipediapagina over gemaakt. Wie weet heeft iemand nog aanvullingen.

Bronnen

A.N.W.B. (1950). Fiets en geniet! Samengesteld door de Kon. Ned. Toeristenbond A.N.W.B. Uitgave van de Federatie van Ned. Rijwielpadverenigingen.

W.J. Simons (1990). Daar fietst men toch zo heerlijk heen. Stichting Het Drentse Fietspad.

Tags: 

Amsterdamse raadsleden stellen vooral vragen over stadsdeel Centrum

De gemeenteraad heeft een vernieuwde website met raadsinformatie (via AT5) waar je bijvoorbeeld op kan zoeken hoe raadsleden hebben gestemd, welke moties en amendementen ze hebben ingediend en welke vragen ze hebben gesteld. De belofte van open raadsinformatie is hiermee nog niet ingelost,[1] maar je kan er wel wat mee. Bijvoorbeeld: nagaan welke straten worden genoemd in raadsvragen (er zitten een paar haken en ogen aan, zie hieronder Methode).

Het kaartje laat zien welke straten zijn genoemd in raadsvragen. Vooral het centrum staat in de belangstelling. Het gebied buiten de ring krijgt weinig aandacht en dat geldt ook voor grote delen van Noord en Oost. De grafiek hieronder laat de aantallen per stadsdeel zien, waarbij ik heb gecorrigeerd voor het aantal inwoners.

Het beeld is duidelijk: straten in stadsdeel Centrum worden het vaakst genoemd. Relatief gezien zelfs bijna tien keer zo vaak als straten in Zuidoost, het stadsdeel dat het minste aandacht lijkt te krijgen van de gemeenteraad.

Is dat erg? Aan de ene kant komen veel Amsterdammers wel eens in het centrum en hebben ze een mening over wat daar gebeurt. Dus is het logisch dat gemeenteraadsleden wat meer aandacht hebben voor stadsdeel Centrum dan voor de rest van de stad. Aan de andere kant is het verschil wel groot en spelen er buiten het centrum ook zaken die de aandacht verdienen - denk bijvoorbeeld aan gentrification, etnisch profileren of fijnstof.

Type hieronder enkele letters om te kijken of de gemeenteraad vragen heeft gesteld over jouw straat (werkt niet met iOS / Safari, sorry).

Methode

Informatie over raadsvragen heb ik gedownload van de website van de gemeenteraad. Straatnamen heb ik uit dit bestand van de gemeente gehaald. Vervolgens heb ik gecheckt hoe vaak de straatnamen voorkomen in de tekst van raadsvragen. In de bijna 1.200 vragen wordt ruim 750 keer een straatnaam genoemd.

Sommige straatnamen heb ik buiten beschouwing gelaten. Amstel bijvoorbeeld, omdat dit het adres van de gemeente is dat altijd vermeld wordt. Daarnaast de straatnamen Samenwerking, Overleg, Inzet, Vertrouwen, Brink, Rusland. Even goed kan het voorkomen dat een woord wordt herkend als straatnaam terwijl er eigenlijk iets anders mee wordt bedoeld (bijvoorbeeld de naam Overtoom). Daarnaast zullen er ongetwijfeld ook vragen worden gesteld over lokaties zonder dat daarbij een straatnaam wordt genoemd.

Een ander praktisch punt is dat de tekst meestal zowel de vraag als de beantwoording bevat. Het kan daarom voorkomen dat een straatnaam niet wordt genoemd in de oorspronkelijke vraag, maar toch wordt meegeteld, omdat hij wordt genoemd in het antwoord op de vraag.

De coördinaten van de straten heb ik opgezocht met de Bing Maps api.


  1. Op initiatief van raadslid Zeeger Ernsting heeft de gemeenteraad besloten dat raadsinformatie beschikbaar moet komen als open data. Dat betekent dat je per raadslid bijvoorbeeld kan opzoeken wat ze gestemd hebben, maar ook dat die informatie beschikbaar komt in een vorm die je eenvoudig geautomatiseerd kan doorzoeken en analyseren. Dat laatste is nog niet het geval. Zo valt bij moties en vragen niet op een eenduidige manier te achterhalen wie de indiener was. Ook valt het stemgedrag van raadsleden niet eenduidig te koppelen aan de tekst van het voorstel waarover is gestemd. Informatie over moties en amendementen kan je downloaden als Excelbestand, maar het verwerken van die gegevens is (nog steeds) een hachelijk avontuur. De gemeente heeft afgelopen november laten weten dat de open raadsinformatie per september 2017 beschikbaar komt.  ↩

Tags: 

Het meest irritante verkeerslicht staat op de Middenweg

Rode en oranje stippen laten zien waar irritante verkeerslichten staan. Als er opmerkingen over het verkeerslicht zijn gemaakt is de stip rood. Klik op een rode stip of type hieronder enkele letters om de opmerkingen over een bepaald kruispunt te bekijken.

Het meest irritante verkeerslicht staat op de kruising van de Middenweg en de Wembleylaan in de Watergraafsmeer, zo blijkt uit een poll onder fietsers in Amsterdam. De Amsterdamse afdeling van de Fietsersbond noemt de top–10 van irritante verkeerslichten in een reactie ‘herkenbaar’. De organisatie heeft in het verleden al aan de bel getrokken over deze kruispunten.

Opvallend veel fietsers hebben de moeite genomen om hun keus toe te lichten, wat een schat aan informatie oplevert. Daaruit blijkt dat ze zich niet alleen ergeren aan de lange wachttijden, maar dat ze zich ook zorgen maken over de veiligheid, vooral op plekken waar veel (school-) kinderen moeten oversteken. Sommige fietsers houden even goed de moed erin: Genoeg tijd voor een espresso daar!!.

De top–10 is als volgt:

  1. Middenweg / Wembleylaan
  2. Amstelveenseweg / Zeilstraat
  3. Middenweg / Veeteeltstraat
  4. Rozengracht / Marnixstraat
  5. Meer en Vaart / Cornelis Lelylaan Nz
  6. IJburglaan / Zuiderzeeweg
  7. mr Treublaan / Weesperzijde
  8. Frederiksplein / Westeinde
  9. Nassauplein / Haarlemmerweg
  10. Van Eesterenlaan / Fred Petterbaan

Soms gaat het om routes waar de gemeente vrij baan geeft aan auto’s, ten koste van fietsers en voetgangers. Maar fietsers staan ook vaak voor rood licht terwijl er helemaal geen verkeer is. Wellicht komt dit doordat er bezuinigd is op het onderhoud van de lussen die zorgen dat fietsers worden gedetecteerd.

Er zijn flink wat klachten over auto’s die door het rood rijden (levensgevaarlijk!) of die het kruispunt blokkeren. Verder is niet iedereen tevreden met kruispunten waar alle fietsers tegelijk groen krijgen. Dit is handig als je linksaf moet omdat je dan in één keer door kan fietsen, maar het kan ook voor chaos zorgen.

De Fietsersbond vindt dat er bij de afstelling van verkeerslichten meer rekening moet worden gehouden met de belangen van fietsers en voetgangers. Uit onderzoek van DTV consultants blijkt dat het beter afstellen van verkeerslichten een eenvoudige en goedkope manier is om de doorstroming van fietsers te bevorderen en dat dit bovendien goed is voor de veiligheid.

Aanleiding voor de poll was een analyse van cijfers van de Fietstelweek, waaruit blijkt dat fietsers bij sommige verkeerslichten in Amsterdam gemiddeld meer dan 30 seconden verliezen.

Dank aan de Fietsersbond en aan Eric Plankeel voor inhoudelijke input, aan alle fietsers die hebben gestemd en vooral ook aan degenen die hun keuze hebben toegelicht. Meer over het meest irritante kruispunt in het Parool

Tags: 

Pages