Hier zouden fietsers voorrang moeten hebben

IMG_1202

Soms stuit je op situaties waar je denkt: wat raar dat fietsers hier geen voorrang hebben. Het komt voor in Amsterdam, maar vaker nog buiten de stad. Er zijn verschillende varianten, maar vaak zie je dat er in de aanloop naar een kruising een slinger in het fietspad is gelegd. Het fietspad vormt zo niet langer onderdeel van de doorgaande voorrangsweg en de fietser krijgt zelf haaientanden voor zijn of haar neus. Daardoor moet je aan iedereen voorrang geven: achteropkomende auto’s die rechtsafslaan, tegemoetkomende auto’s die linksaf slaan en verkeer van rechts.

Vaak moet je voorrang geven aan nogal secundair autoverkeer. De afrit naar een klein parkeerplaatsje aan de Oostvaardersdijk in Almere bijvoorbeeld (zie foto hierboven). Of de oprit van het gebouw van Rijkswaterstaat aan de Amsterdamseweg in Velsen-Zuid, waar de auto’s die voorrang hebben gekregen vervolgens alsnog moeten stoppen omdat er een groot toegangshek staat.

Als fietser zit je opgezadeld met een onoverzichtelijke oversteek. Je moet letten op achteropkomend verkeer, op tegenliggers en op verkeer van rechts. Het gevoel van onveiligheid vermengt zich met verontwaardiging over het feit dat men blijkbaar speciaal het fietspad heeft omgelegd om fietsers hun voorrang af te pakken. Waarom doen ze dat?

Ik heb die vraag - zij het wat neutraler geformuleerd - voorgelegd aan een aantal wegbeheerders, geïllustreerd met voorbeelden uit Velsen-Zuid, Watergang, Monnickendam, Weesp, Almere en Muiden. Uit hun antwoorden blijkt dat het ‘uitbuigen’ van fietspaden twee redenen heeft. In de eerste plaats ontstaat er op deze manier opstelruimte voor een auto die uit de zijweg komt en die de doorgaande weg wil oprijden of oversteken (dit is een reden om het fietspad uit te buigen maar op zich nog geen reden om fietsers hun voorrang te ontnemen). In de tweede plaats gaat het om de veiligheid van fietsers. In de woorden van een woordvoerder van de provincie Noord-Holland:

Voor de veiligheid van de fietser kiezen we bij de provincie vaak om de fietser uit de voorrang te halen, zeker buiten de bebouwde kom. Net als bij rotonden: je kunt als fietser wel voorrang hebben, maar of je het krijgt is een tweede. En bij rotonden is al gebleken dat fietsers die voorrang hebben vaker betrokken zij bij ongevallen, simpelweg omdat zij geen voorrang krijgen.

Het is goed dat de veiligheid van fietsers prioriteit heeft. Maar het fietspad ‘uitbuigen’ en fietsers ‘uit de voorrang halen’ – ik ben niet overtuigd dat dat de juiste oplossing is. Eigenlijk is het een beetje krom om automobilisten te belonen voor het feit dat ze niet goed opletten op doorgaande fietsers die voorrang hebben. Er moeten betere oplossingen zijn om ze op fietsers te attenderen en te zorgen dat ze snelheid minderen.

Zoals gezegd, dit soort situaties komen vooral voor buiten de stad. In Amsterdam zijn ook situaties aan te wijzen waar fietsers voorrang zouden moeten hebben, maar meestal gaat het niet om fietspaden bij voorrangswegen waar een slinger in is gelegd. Er is wel een situatie die hier een beetje op lijkt: tegenover de ingang van het Westerpark (zie deze melding plus de reacties).

Dit artikel verscheen eerder in de OEK (pdf). Meer voorbeelden hier. Vind je ook dat fietsers ergens voorrang zouden moeten hebben? Meld het met hashtag #hzfvmh op twitter en natuurlijk op het meldpunt van de Fietsersbond.