Meer ongelukken met wielrenners, maar dat ligt waarschijnlijk niet aan Strava

Het aantal wielrenners dat op de eerste hulp terechtkomt is verdubbeld sinds 2010, zo blijkt uit een vandaag verschenen onderzoek. Naast diverse andere mogelijke verklaringen gaan de auteurs ook in op de populariteit van Strava:

Ook toenemende populariteit van smartphone apps zoals Strava, waarbij voor bepaalde trajecten fietsrecords kunnen worden bijgehouden en vergeleken met anderen, kan voor gevaarlijke situaties zorgen.

Zoals ik al zei is dit slechts één van diverse mogelijke verklaringen die in het rapport worden besproken en de auteurs suggeren zeker niet dat Strava een belangrijke oorzaak is van fietsongelukken. Dat neemt niet weg dat het op voorhand niet absurd is om te veronderstellen dat Strava een rol zou kunnen hebben gespeeld.

Strava werd in 2009 gelanceerd, maar wanneer werd het populair in Nederland? Ik kon geen directe gegevens hierover vinden, maar Google trends geeft een indicatie.

De gegevens van Google zijn duidelijk genoeg: pas vanaf februari 2012 begon Nederland belangstelling te tonen voor Strava (interessant is dat de zoekvolume index het hoogst is in Limburg en Gelderland, de belangrijkste provincies met heuvels, maar dat terzijde). Als extra check heb ik ook nog even gekeken naar berichten op het Fiets.nl forum (je moet ingelogd zijn om te kunnen zoeken) met de term ‘strava’. Er waren 10 berichten van voor 1 februari 2012 en 1.843 van daarna, wat het patroon van Google dus lijkt te bevestigen.

Het aantal wielrenners bij de eerste hulp nam vooral tussen 2010 en 2011 toe. Voor 2011 lag het aantal stabiel rond de 2.000, maar het steeg naar 3.700 in 2011 en 4.200 in 2012. Dus het ziet ernaar uit dat Strava nog nauwelijks bekend was in Nederland op het moment waarop de grootste toename aan ongelukken plaatsvond.

Aanleiding voor het vandaag verschenen onderzoek was een mediastorm vorig jaar over verondersteld onverantwoordelijk gedrag van wielrenners tegenover ‘normale’ fietsers. Autolobbyclub ANWB suggereerde zelfs dat fietsers maar thuis moeten blijven op zonnige dagen.

In een enquête onder wielrenners zei 45% dat wielrenners hun snelheid onvoldoende aanpassen aan de omstandigheden en 51% zei dat wielrenners vaak in (te) brede groepen rijden. Een analyse van 2.849 aanrijdingen met letsel tussen fietsers laat zien dat in 24 gevallen een ‘normale’ fietsers letsel heeft opgelopen als gevolg van een botsing met een wielrenner. Dus veel wielrenners zijn het er wel mee eens dat (sommige) wielrenners zich onverantwoordelijk gedragen, maar dit lijkt geen belangrijke oorzaak te zijn van letsel bij andere fietsers.

Wielrenners zelf hebben 2,2 blessures per 100.000 uur activiteit. Dat is veel lager dan het totaal voor alle sporten (7,1). Tegelijk is het wel zo dat 23% van de wielrenners die bij de eerste hulp komen vervolgens moet worden opgenomen in het ziekenhuis, tegenover 6% van alle sporters. Dus in termen van ernstig letsel lijkt wielrennen niet veel gevaarlijker of ongevaarlijker te zijn dan andere sporten.

Hoewel het lastig is om de precieze oorzaak van de stijging van het aantal ongelukken met wielrenners aan te wijzen, suggereren de auteurs van het rapport dat de fietspaden niet meer zijn berekend op het feit dat steeds meer Nederlanders fietsen (onder meer 55-plussers). Eén van hun aanbevelingen is om meer fietssnelwegen voor snelle fietsers aan te leggen.

Tags: