salonanarchist | leunstoelactivist

De fietsmonarchie

Amsterdam is de Fietsrepubliek; Nederland is de fietsmonarchie. Voor een deel is de fiets een pr-ding waarmee vorsten laten zien hoe «gewoon» ze zijn, maar tegelijk lijken ze er ook gewoon lol in te hebben om te fietsen. En of je nou koningsgezind bent of niet, het levert wel goede beelden op.

Het fragment hierboven is afkomstig uit het Polygoonjournaal van 1 januari 1980 (Creative Commons CC-BY-SA). Juliana trapt lekker door.

Wilhelmina

Koningin Wilhelmina op de fiets bij Paleis Soestdijk

Zeker tot in de jaren zestig reed het koninlijk huis op fietsen van Fongers, zoals hierboven Wilhelmina en hier Juliana. Op de foto hierboven fietst Wilhelmina bij Paleis Soestdijk (11 januari 1938, Nationaal Archief, onbekende fotograaf / Anefo, CC-BY). Tegenwoordig staat op Soestdijk een standbeeld van Juliana die naar langsrijdende fietsers zwaait (wel terugzwaaien).

Juliana

Juliana op de fiets / Juliana riding a bike

Juliana maakt een fietstochtje op Terschelling (11 juli 1967, Collectie Spaarnestad/NA/Anefo/Koch).

Koningin Juliana opent de Drentse rijwielvierdaagse op de fiets

Juliana opent de Drentse rijwielvierdaagse op de fiets. Ondertussen heeft het koninklijk huis Fongers verruild voor Gazelle. Op de foto hierboven heeft Juliana haar Gazelle net ontvangen van mannen met het bedrijfslogo op hun werkkleding (8 juli 1975, Mieremet, Rob / Anefo, public domain). Blijkbaar was Gazelle actief betrokken bij dit soort tochtjes. Vanaf 1992 mocht het bedrijf zich «Koninklijke Gazelle» noemen en in 2015 opende Willem-Alexander de vernieuwde Gazellefabriek in Dieren.

Beatrix

Prinses Beatrix en Prins Claus , tweede dag op de fiets tijdens werkbezoek in Dr…

Boven en onder: Beatrix en Claus, hipper dan ik me ze herinnerde, tijdens een werkbezoek in Drenthe. Ook zij rijden hier op fietsen van Gazelle. Het meefietsende personeel heeft een grappige Gazelle Clipper vouwfiets gekregen (20 september 1973, Mieremet, Rob / Anefo, public domain, hier en hier). Blijkbaar moest dat model gepromoot worden; op de foto hierboven van Juliana is er ook één te zien.

Prinses Beatrix en Prins Claus , tweede dag werkbezoek Drenthe, Prinses Beatrix …

Ook de jongere generatie fietst, maar daar heb ik geen foto’s met open licentie van kunnen vinden. Ondertussen rijden Máxima en Amalia op een Batavus.

Tags: 

De open data van de Kamer van Koophandel

Pijnlijk: Nederland is een van de minst transparante landen van Europa als het gaat om bedrijfsinformatie. In veel landen is het Handelsregister opengesteld als open data. Voorbeelden zijn Groot-Brittanië, Frankrijk, België, Roemenië, Bulgarije, Finland, Noorwegen en Denemarken (aldus Open State).

In november 2015 heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen die vraagt of het Nederlandse handelsregister open kan worden gesteld. Het heeft even geduurd, maar op 17 juli dit jaar heeft de Kamer van Koophandel twee datasets gepubliceerd. Open State, een organisatie die zich inzet voor een transparante overheid, is niet echt enthousiast. Terecht?

De gegevens

Er zijn twee datasets gepubliceerd die wekelijks worden bijgewerkt. De ene bevat bedrijfsgegevens uit het Handelsregister zoals woonplaats, sector, datum oprichting, etc. De andere bevat gegevens uit jaarrekeningen. De jaarrekeningen zitten in een zip-bestand met 580.000 xml-bestanden.

De gegevens zijn geanonimiseerd. Volgens de Kamer van Koophandel is dat noodzakelijk om de privacy van ondernemers te beschermen. Overigens zijn niet-geanonimiseerde gegevens tegen betaling wel verkrijgbaar bij de Kamer van Koophandel.

TNO heeft zich hier ook over gebogen. Het onderzoeksinstituut vindt het terecht om rekening te houden met de privacy van ondernemers, maar vindt de gekozen oplossing (alles anonimiseren) onnodig drastisch.

Het anonimiseren maakt het niet alleen onmogelijk om gegevens over een individueel bedrijf op te zoeken; het beperkt ook de mogelijkheden om gegevens te analyseren. Je kan bijvoorbeeld niet op bedrijfsniveau ontwikkelingen in de tijd volgen.

De jaarrekeningen

In de gepubliceerde gegevens zitten alleen jaarrekeningen die door bedrijven digitaal en in het gewenste bestandsformaat zijn aangeleverd. Er zitten 185.000 jaarrekeningen over 2016 bij, terwijl 255.000 bedrijven hun jaarrekening over dat jaar bij de Kamer van Koophandel hebben gedeponeerd (volgens de Handelsregister dataset). Het lijkt erop dat vooral grotere bedrijven ontbreken. Voor eerdere jaren lijken nog meer jaarrekeningen te ontbreken.

Dit betekent onder meer dat je geen totaalbedragen per sector kan berekenen. Overigens verwacht de Kamer van Koophandel dat in de toekomst meer bedrijven hun jaarrekening digitaal zullen aanleveren.

Bijna alle jaarrekeningen in de open dataset bevatten op zijn minst enkele posten uit de balans, maar andere essentiële informatie ontbreekt:

  • In bijna alle gevallen ontbreekt een winst- en verliesrekening (kleine bedrijven hoeven geen winst- en verliesrekening te deponeren, maar ook voor grotere bedrijven ontbreekt deze informatie).
  • Het aantal werknemers ontbreekt.
  • Ruim de helft van de jaarrekeningen bevat geen sectoraanduiding (SBI-code).

Betekenisvolle stap?

Open State noemt de publicatie van de gegevens slechts «een eerste kleine stap». Gezien de beperkingen kan ik me daar wel iets bij voorstellen.

De Kamer van Koophandel citeert minister Henk Kamp, die sprak van een «betekenisvolle stap». Zijn uitspraak was gebaseerd op een rapport dat de Kamer van Koophandel zelf had opgesteld. Dat rapport suggereerde dat het mogelijk zou worden om aggregaties te maken op basis van het aantal werknemers, of om bijvoorbeeld de concentratie van bepaalde typen bedrijven te onderzoeken.

Met de huidige datasets kan dat niet, lijkt me. Sterker, het is de vraag of je überhaupt conclusies kan verbinden aan deze gegevens (en ik ben niet de enige die zich dit afvraagt). Hopelijk is dit inderdaad slechts een eerste stap naar een echt open handelsregister.

Hier is een Python-script dat de gegevens downloadt en unzipt en de jaarrekeningen opslaat als csv. Dit kan een tijdje duren.

Tags: 

Deelfietsen: wie profiteert

Amsterdam is de afgelopen weken overspoeld door «deelfietsen» die met een app gehuurd kunnen worden. Big business, aldus het Parool. Amsterdammers reageerden op deze commerciële rotzooi door fietsen demonstratief bij het grof vuil te zetten. De gemeente heeft inmiddels laten weten dat de fietsen worden verwijderd, om vervolgens de markt te reguleren.

Hoe moet dat nieuwe beleid eruit zien? Het gebruik van de openbare ruimte moet goed geregeld zijn. Dat geldt ook voor de kwaliteit van de fietsen. Het zou mooi zijn als de gebruiksgegevens als open data beschikbaar komen via een API. Verder vragen veel mensen zich af of de fietsen voor toeristen bestemd zijn, of voor Amsterdammers. De volgende vraag die je zou moeten stellen: zijn ze bestemd voor alle Amsterdammers?

Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat inwoners van armere buurten veel belangstelling hebben voor deelfietsen. Toch worden de fietsen het meest gebruikt door rijkere, witte stadsbewoners. Sommige steden en fietsverhuurders doen wel hun best om het systeem toegankelijk te maken voor iedereen.

In Amsterdam richt fietsverhuurder Donkey Republic zich vooral op de buurten rond het centrum, zo suggereert hun kaartje (het laat niet de daadwerkelijke locaties van fietsen zien, maar wel hoe het bedrijf zich profileert). Concurrent Hello Bike richt zich specifiek op de Zuidas.

Natuurlijk is dit geen specifiek kenmerk van deelfietsen. In de rijkere buurten rond het centrum wordt sowieso meer gefietst dan buiten de ring. Maar als er vergunningen komen voor fietsverhuurders, dan kan je best in de voorwaarden zetten dat ze hun product aantrekkelijk en toegankelijk moeten maken voor alle Amsterdammers.

Gemeente: «geparkeerde fiets neemt veel openbare ruimte in beslag»

De foto hierboven zou je kunnen opvatten als commentaar op het nieuwe Meerjarenplan Fiets van de gemeente Amsterdam. Daarin staat:

Van de Amsterdammers zet 43% zijn of haar fiets in de openbare ruimte: alleen al bijna 350.000 fietsen binnen de Ring A10 ten zuiden van het IJ. Een geparkeerde fiets neemt gemiddeld zo’n twee vierkante meter ruimte in. Dit neemt veel van de openbare ruimte in beslag.

Veel ruimte? Het zijn vooral de autoparkeerplekken die veel ruimte innemen. Naar aanleiding van een tweet van Marco te Brömmelstroet heb ik ooit uitgerekend dat je 2,1 miljoen fietsenrekken zou kunnen neerzetten op de plek die nu in beslag wordt genomen door autoparkeerplaatsen. Met cijfers van de gemeente kom je zelfs nog hoger uit: ruimte voor 2,65 miljoen fietsenrekken (volgens de gemeente zijn er 265.000 autoparkeerplaatsen op straat die elk 20m2 innemen, en heeft een fietsenrek maar 2m2 nodig).

Elders in het Meerjarenplan erkent de gemeente overigens dat auto’s veel meer ruimte innemen dan fietsen. In drukke buurten wil ze de mogelijkheden verkennen voor «een andere verdeling en slim dubbelgebruik van de ruimte voor voetganger, fiets(parkeren), auto(parkeren) en andere voorzieningen». Dat kan betekenen dat er wordt afgeweken van de parkeernormen, maar een echte keuze wordt (nog) niet gemaakt.

Amsterdam worstelt al zeker tien jaar met een tekort aan fietsenrekken. De afgelopen jaren zijn er 16.000 plekken bijgekomen, maar dat is waarschijnlijk te weinig om de groei van het fietsgebruik bij te houden.

Als je echt iets wil doen aan het tekort aan fietsenrekken, dan is daar makkelijk ruimte voor de vinden. De foto hierboven laat dat zien.

De foto is gemaakt door Marieke de Lange en staat op de voorpagina van de OEK, het ledenblad van de Fietsersbond Amsterdam. De OEK is hier te vinden. Leden van de Fietsersbond krijgen hem in de bus. De cijfers komen uit het Meerjarenplan, behalve het aantal autoparkeerplekken; dat staat in de Thermometer Bereikbaarheid.

Tags: 

De afspraak tussen Amsterdam en Airbnb: een verkennende analyse met open data

Airbnb ligt onder vuur. Het platform zou de leefbaarheid van Amsterdamse buurten aantasten en de woningprijzen opdrijven. Eind vorig jaar hebben Amsterdam en Airbnb een Memorandum of Understanding (MOU) getekend om misstanden aan te pakken. Volgens Airbnb is de afspraak nu al succesvol en moet de gemeente zich nu op andere platforms richten. Maar de gemeente wil een meldplicht invoeren voor vakantieverhuur, een plan waar Airbnb zich fel tegen verzet.

In dit artikel analyseer ik enkele veranderingen sinds de aankondiging van de MOU. Ik gebruik gegevens van Murray Cox (Inside Airbnb) en Tom Slee. Zij hebben op verschillende momenten tussen mei 2014 en mei 2017 de site van Airbnb gescraped (scrapen is het geautomatiseerd verzamelen van gegevens van websites). Gegevens over Airbnb zijn altijd controversieel, maar dit artikel legt uit waarom de gegevens van Cox en Slee een belangrijke aanvulling zijn op de cijfers die Airbnb zelf naar buiten brengt.

Zestigdagengrens

Amsterdammers mogen hun woning zestig dagen per jaar verhuren. Amsterdam en Airbnb hebben afgesproken dat het bedrijf advertenties voor woningen gaat blokkeren als die termijn wordt overschreden. Dit geldt voor zelfstandige woningen, maar niet voor kamers, want dat kunnen bed and breakfasts zijn en daarvoor geldt de zestigdagengrens niet.

Volgens Airbnb is er een forse daling van het aantal woningen dat meer dan zestig dagen per jaar wordt aangeboden. De MOU zou nu al zorgen voor minder illegale advertenties.

De grafiek hieronder toont hoeveel kamers en woningen meer dan zestig dagen per jaar beschikbaar waren, gebaseerd op gegevens van Murray Cox.

De grafiek laat inderdaad een daling zien van het aantal woningen dat meer dan zestig dagen beschikbaar is. Maar de daling begon in de eerste helft van 2016, ruim voordat de MOU werd ondertekend (laat staan uitgevoerd). Blijkbaar was er dus een andere oorzaak.

Misschien heeft het iets te maken met de handhaving door de gemeente zelf. Op 16 februari 2016 maakte Amsterdam bekend dat het zijn eigen scraper ging inzetten om informatie te verzamelen van vakantiehuurplatforms zoals Airbnb. In maart dienden GroenLinks en PvdA moties in waarin werd aangedrongen op strengere handhaving.

Woningtype aangepast

Betekent dit dat de MOU geen keerpunt vormde? Misschien toch wel, alleen op een andere manier.

De totaalcijfers over Airbnb vormen het resultaat van een complex samenspel van ontwikkelingen. Sommige advertenties worden van het platform verwijderd en nieuwe worden toegevoegd. Daarnaast veranderen verhuurders soms het woningtype van hun advertentie - van woning naar kamer, of andersom. Dit valt te zien in de grafiek hieronder (gegevens van Tom Slee).

Tot voor kort kwam het niet zo vaak voor dat verhuurders het woningtype van hun advertentie veranderden. Maar sinds de aankondiging van de MOU zijn er honderden advertenties omgezet van woning naar kamer. Zoals gezegd; in de MOU heeft Airbnb beloofd om advertenties van zelfstandige woningen te blokkeren als ze de zestigdagengrens bereiken. Misschien hebben mensen hun advertentie in «kamer» veranderd om de zestigdagengrens te omzeilen?

Ik heb gekeken naar woonruimtes die tussen begin maart en begin april 2017 zijn omgezet van woning naar kamer (gegevens van Murray Cox). Begin april was meer dan driekwart van deze woonruimtes meer dan zestig dagen per jaar beschikbaar. Dit zou kloppen met de theorie dat verhuurders de woningen in kamers hebben veranderd om de zestigdagengrens te omzeilen.

Op zich is het mogelijk dat deze verhuurders ook echt zijn gestopt om hun hele woning te verhuren en dat ze in plaats daarvan alleen nog een kamer verhuren. In dat geval zou je verwachten dat ze de prijs hebben verlaagd en dat ze de beschrijving hebben aangepast. Maar bijna nergens is de prijs verlaagd. Vaak heeft de verhuurder zelfs de beschrijving niet aangepast. In sommige gevallen vermeldt de advertentie nog steeds expliciet dat de gast de hele woonruimte voor zichzelf heeft.

Overigens is dit niet de eerste keer dat strengere handhaving leidt tot een grootschalige omzetting van woningen in kamers. In New York is hetzelfde gebeurd.

Conclusies

Met de beschikbare gegevens is het niet mogelijk om met zekerheid te zeggen wat er precies is gebeurd de afgelopen maanden. Even goed zijn er aanwijzingen dat de afspraak tussen Amsterdam en Airbnb misschien minder effetief is dan gedacht:

  • Er is een daling van het aantal woningen die meer dan zestig dagen te huur worden aangeboden. Deze daling begon echter ruim voordat de afspraak werd getekend. Ze zou een gevolg kunnen zijn van (de dreiging van) strengere handhaving door de gemeente zelf.
  • Nadat de afspraak tussen Amsterdam en Airbnb werd aangekondigd zijn honderden woningen omgezet in kamers. Dit zou een manier kunnen zijn voor verhuurders om de zestigdagenlimiet voor woningen te omzeilen.

Methode en gegevens

Zowel Murray Cox als Tom Slee scrapen regelmatig de website van Airbnb. De gegevens van Cox zijn uitgebreider (ze omvatten bijvoorbeeld de advertentieteksten en informatie over de beschikbaarheid). Slee verzamelt zijn gegevens frequenter, in ieder geval voor Amsterdam. Zowel Cox als Slee hebben hun datasets beschikbaar gesteld als open data (dank!).

Cox en Slee zijn niet de enigen die gegevens van de Airbnb website verzamelen; er zijn ook commerciële aanbieders. Verder is de gemeente Amsterdam begonnen om de website van Airbnb en andere platforms te scrapen. De gemeente lijkt deze gegevens alleen vertrouwelijk met gemeenteraadsleden te delen.

Voor wat betreft de omzettingen van woningtype: de cijfers vormen waarschijnlijk een onderschatting van het werkelijke aantal omzettingen, vooral voor de eerdere perioden. Je kan alleen een verandering van woningtype vaststellen als een advertentie zowel in de oude als in de nieuwe dataset zit. Hoe langer de periode tussen twee metingen, hoe groter het verloop (advertenties verdwijnen, er komen nieuwe bij) en hoe groter dus de kans dat veranderingen van woningtype onopgemerkt blijven.

Ik heb daarom een aanvullende berekening gemaakt waarin is gecorrigeerd voor de hoeveelheid overlap tussen de oude en de nieuwe meting. Het resultaat is hier te zien. Het beeld verschilt inderdaad enigszins van de vorige grafiek, maar de conclusie blijft overeind: vanaf eind 2016 was er een duidelijke toename van de omzettingen van woning naar kamer.

Ik heb Python gebruikt om de gegevens te analyseren. Hier is de code. Opmerkingen over de verwerking en interpretatie van de gegevens zijn uiteraard welkom.

Pages