Qgis

Scootervrije fietspaden in Amsterdam

Begin volgend jaar worden de meeste fietspaden in Amsterdam scootervrij en moeten snorfietsen op de rijbaan rijden. Hierdoor wordt het fietspad veiliger voor fietsers. Het zorgt ook voor schonere lucht op het fietspad.

De gemeente heeft een kaart gemaakt met het nieuwe snorfietsregime. Als m’n berekening klopt, dan moeten snorfietsen op 180 km naar de rijbaan (blauw op de kaart) en is er nog 71 km waar ze helemaal niet meer mogen komen omdat er geen rijbaan is in de rijrichting (rood). Maar ze mogen nog steeds gebruikmaken van 93 km aan fietspaden (groen), althans voorlopig.

Drukke fietspaden

Om te bepalen welke fietspaden scootervrij worden, heeft de gemeente gegevens gebruikt van de Fietstelweek, het project waarbij locatiegegevens van duizenden fietsers worden verzameld. Op zich is dat opmerkelijk, omdat overheden klagen dat het aantal deelnemers aan de Fietstelweek afneemt (daarom experimenteren ze met gegevens van Strava).

Misschien is dat ook de reden waarom de gemeente gegevens van de Fietstelweek 2016 heeft gebruikt (in plaats van 2017) om drukte op fietspaden in beeld te krijgen. De gemeente heeft de gegevens van de Fietstelweek met eigen tellingen gevalideerd. Volgens het Centrum voor Wiskunde van de Universiteit van Amsterdam is de methode ‘betrouwbaar en toepasbaar’.

Ik heb een kaart gemaakt waarop je ziet hoe het nieuwe snorfietsregime zich verhoudt tot de gegevens van de Fietstelweek. De breedte van de roze lijnen correspondeert met het aantal fietsers op een bepaalde route; de groene stippellijnen laten zien waar snorfietsen in de toekomst nog steeds op het fietspad mogen rijden.

De gemeente lijkt er behoorlijk in te zijn geslaagd om de drukste fietsroutes te vermijden (voor een deel gaat het overigens om routes waar sowieso geen afgescheiden fietspad is en waar snorfietsen dus niet op het fietspad kunnen rijden).

Toch zijn er nog problemen. Neem het fietspad langs de IJ-zijde van CS, waar het behoorlijk druk kan zijn en sommige snorfietsen gevaarlijk inhalen. Of de Amsterdamse en Schellingwouderbrug, waar de fietspaden te smal zijn voor scooters.

Alle fietspaden scootervrij

In de toekomst wil de gemeente alle verplichte fietspaden binnen de ring scootervrij maken. Uiteraard wil ze daarbij de veiligheid van snorfietsrijders niet in gevaar brengen. Dit zal eenvoudiger zijn op wegen waar auto’s niet al te hard rijden.

De kaart hieronder laat zien hoe hard er op dit moment wordt gereden op het Hoofdnet Auto. De groene lijnen laten zien waar snorfietsen vooralsnog op het fietspad mogen blijven rijden.

Ik weet natuurlijk niet wat hoe de situatie is op het moment dat je dit leest, maar de kans is groot dat er het hardst wordt gereden (op trajecten waar snorfietsen voorlopig op het fietspad mogen rijden) op routes als de Gooiseweg en de eerdergenoemde Amsterdamse en Schellingwouderbrug. Op die bruggen houden veel automobilisten zich niet aan de maximum snelheid. De gemeente wil de inrichting van deze wegen aanpassen zodat automobilisten langzamer gaan rijden. Pas daarna worden snorfietsen hier naar de rijbaan gestuurd.

Op andere routes zou het relatief eenvoudig moeten zijn om de overgebleven fietspaden scootervrij te maken. Overigens zou het nog praktischer zijn om de categorie snorfiets gewoon af te schaffen.

Met dit formulier kan je reageren op de plannen van de gemeente. De deadline is 24 september.

Methode

De eerste kaart heb ik gemaakt met Qgis en de tweede met Leaflet. De lengte van routes heb ik berekend met GeoPandas en Shapely. Op de eerste kaart kan de breedte van de roze lijnen enigzins vertekend zijn als gevolg van variërende afstanden tussen fietsroutes aan beide kanten van de straat.

Scooter-free cycle tracks in Amsterdam

Amsterdam plans to ban scooters from most cycle tracks. Currently, cycle tracks are still used by the so-called snorfiets category which has a speed limit of 25km/h - although most ride (much) faster. The measure will make cycle tracks safer for cyclists, and it will also result in cleaner air on cycle tracks.

The city has produced a map showing the new snorfiets regime. By my calculations, snorfietsen will have to use the road on a total of 180km (blue on the map) and they will be banned from another 71km of routes where there’s only a cycle track (marked in red). However, they’ll still be allowed to use about 93km of cycle tracks (green), at least for now.

Busy cycle tracks

To decide where to ban scooters from the cycle track, the city used data from the Fietstelweek, the large-scale initiative to collect smartphone location data from cyclists. This is interesting, since governments have complained that the number of participants in the Fietstelweek is declining (they started experimenting with Strava data instead).

Perhaps that’s why the city of Amsterdam used the 2016 edition of the Fietstelweek (rather than 2017) to assess how busy cycle tracks are. It used its own traffic counts to validate the Fietstelweek data. The Mathematics Centre of the University of Amsterdam deemed the method used ‘reliable and suitable’.

I’ve created a map to show how the new snorfiets regime compares to Fietstelweek data. The width of the pink lines corresponds to the number of cyclists who used a route; the green dotted line shows where snorfietsen will still be allowed to use the cycle track.

It appears that the city has done a decent job at avoiding the busiest cycling routes (in some cases, this is because these routes don’t have separate bicycle tracks to begin with).

That said, some problems remain. One example is the cycle track along the IJ north of Central Station, which can be very busy and where some snorfiets riders overtake other traffic in a dangerous way. And there’s the Amsterdamse Brug and Schellingwouder Brug (the bridges to the northeast of Amsterdam), where cycle tracks are too narrow for snorfietsen.

Making all cycle tracks scooter-free

In the future, the city intends to ban scooters from all mandatory cycle tracks within the A10 Ring Road. Obviously, they want to do this without compromising the safety of snorfiets riders. This will be easier on routes where car speed is already low.

The map below shows the current average car speed on major roads. The green lines indicate where snorfiets riders will initially be allowed to continue using the cycle track.

Of course I don’t know what the situation is when you’re reading this, but likely some of the highest car speeds (on sections where snorfietsen will initially be allowed to use the cycle track) will be on the Gooiseweg, entering the city centre from the southeast, and the aforementioned Amsterdamsebrug and Schellingwouderbrug. On those bridges, many motorists exceed the speed limit. The city wants to change the road design to invite lower speeds before banning snorfietsen from the cycle track.

Elsewhere, it should be relatively easy to make the remaining cycle tracks scooter-free. Of course, a more practical solution would be to abolish the snorfiets category altogether.

If you wish to respond to the city’s plans, you can use this form. The deadline is 24 September.

Method

I used Qgis to create the first map and Leaflet for the second. I used GeoPandas and Shapely to calculate lengths. On the first map, the width of the pink may be slightly distorted due to varying distances between cycle routes in opposite directions.

Gentrificatie in kaart gebracht

De kaartmakers van de gemeente Amsterdam hebben een kaart gemaakt waarop je de Buurtstraatquote (BSQ) ziet. De BSQ speelt een centrale rol bij de hervorming van de erfpacht, waarmee het sociale grondbeleid van de gemeente wordt uitgehold - maar daar gaat dit artikel niet over. Voor nu ben ik geïnteresseerd in de BSQ als graadmeter voor grondwaarden.

Zoals de gemeente samenvat, zijn «de hoge BSQ’s te vinden in de gewilde locaties in de stad en de lage BSQ’s in de minder gewilde locaties in de stad». De grachtengordel en de omgeving van het Vondelpark hebben hoge BSQ’s; lage BSQ’s zijn te vinden zijn in Zuidoost, Nieuw-West en Noord. Dat viel te verwachten.

Interessanter is de verandering van de BSQ. De gemeente heeft cijfers beschikbaar gesteld over duizenden straten of straatsegmenten, voor de jaren 2014 en 2016. Dat is natuurlijk een korte periode en je kan er niet zomaar van uitgaan dat deze periode representatief is voor lange-termijntrends. Even goed geven de cijfers een interessant beeld.

De grafiek hieronder toont de verdeling van BSQ’s voor meergezinswoningen in 2014 en 2016.

De piek is naar rechts verschoven en de mediaan is gestegen van 28 naar 38. Om politieke redenen is bepaald dat de BSQ nooit lager dan 5 of hoger dan 49 kan zijn, wat verklaart waarom zoveel straten een BSQ van 5 of 49 hebben. Dit impliceert dat de toename van de BSQ waarschijnlijk geen volledig beeld geeft van de stijging van de grondprijzen.

Op de kaart hieronder zie je de ontwikkeling van de BSQ voor meergezinswoningen in verschillende delen van de stad. Straten waar grote veranderingen misschien geflatteerd zijn door de onder- en bovengrens van de BSQ heb ik weggelaten. Dat geldt voor straten die al in de buurt van de maximale BSQ zaten, met name de Grachtengordel en delen van Zuid. Het geldt ook voor straten, vooral in Zuidoost, waar de BSQ in de buurt van de ondergrens van 5 is gebleven.

Rood betekent dat de BSQ met tenminste de helft is toegenomen; oranje een stijging met minder dan de helft en groen dat de BSQ is gedaald. Er zijn enkele rode gebieden buiten de ring: met name IJburg, bepaalde delen van Nieuw-West en Buitenveldert. Buitenveldert grenst aan de Zuidas en heeft te maken met instroom van expats en studenten.

Binnen de ring stijgt de BSQ in gebieden die vaak worden geassocieerd met gentrificatie, zoals de Kolenkit in West, de Vogelbuurt in Noord en de Indische Buurt in Oost. Verassender is Betondorp, een buurt met lage inkomens waar veel ouderen wonen. In 2015 werd deze buurt nog omschreven als «een van de weinige wijken in Amsterdam waar de oprukkende gentrificatie nog niet heeft toegeslagen». Als de BSQ een graadmeter is, dan zou dat wel eens kunnen veranderen.

Voor methode en technische details, zie de Engelstalige versie van dit artikel.

Gentrification mapped

The map makers of the City of Amsterdam have created a map that shows the Neighbourhood Street Quota or BSQ. The BSQ plays a key role in a highly controversial reform that is eroding the city’s social ground lease policy, but that’s not the topic of this article. For now, I’m interested in the BSQ as an indicator of land value.

As the city government puts it, «the high BSQs are found at popular locations in the city and the low BSQs at less popular locations in the city» (for details see Method, below). Unsurprisingly, the centrally located Centrum and Zuid districts have high BSQs and the peripheral areas have low BSQs.

More interesting is how the BSQ has changed. The city government has provided data for thousands of streets or street segments, for 2014 and 2016. Of course, this is a short time period and the patterns may or may not reflect longer-term developments.

The chart below shows the distribution of BSQs for flats (as opposed to single-family dwellings) for 2014 and 2016.

The peak has moved to the right, as the median value has risen from 28 to 38. For political reasons, the BSQ can never be lower than 5 or higher than 49, which explains the large number of streets with a value of 5 or 49. This implies that rises in BSQ don’t fully reflect how much land values have risen.

The map below shows how much BSQs for flats have risen in different parts of Amsterdam. I omitted streets with low or high BSQs where substantial changes in BSQ may have been hidden by the upper and lower limits. At the high end, this applies to the Canal Belt and much of the Zuid District. At the lower end, this applies to many peripheral areas including almost the entire Zuidoost District.

Red streets indicate an increase of the BSQ by more than a half; orange streets an increase by less than a half and the rare green streets a decrease of the BSQ. There are some red areas outside the ring road: mainly the IJburg expansion to the east; some parts of Nieuw-West; and Buitenveldert. Buitenveldert is a neighbourhood south of the Zuidas business district with a growing number expats and students among its residents.

Within the ring road, BSQs are rising in areas that are often associated with gentrification, such as the Kolenkit in West, the Vogelbuurt in Noord and the Indische Buurt in Oost. Perhaps more surprising is Betondorp, a low-income area with many older residents, described in 2015 as «one of the few neighbourhoods in Amsterdam not yet affected by the advance of gentrification». If the BSQ is an indication, that may be about to change.

Method

A list (pdf) of BSQs for 2016 and 2014 was recently sent to the city council. The BSQs are referred to as 2018 and 2017, but are based on data from 2016 and 2014 respectively (or to be more precise: the ‘2017 BSQ’ uses data from 2015 or 2014, whichever is lowest). The map created by the City of Amsterdam uses the ‘2017 BSQ’.

For each house, the municipality calculates an individual land quota using the formula: land value / (land value + theoretical cost of rebuilding the house). The land value is obtained by subtracting the rebuilding cost from the total value of the house (WOZ).

Subsequently, BSQs are calculated as the average land quota per street (or street segment if a street traverses multiple neighbourhoods). This is done separately for single-family dwellings and flats.

The interpretation of the BSQ is a bit tricky: one should expect higher land values to be reflected in higher BSQs, but the exact relationship will depend on the value of the building and whether that also responds to changes in land value (for example, because more expensive materials are used).

In my analysis, I only used BSQs for flats, and only the streets or street segments for which a BSQ is available for both 2014 and 2016 (thus excluding new urban expansions).

For the map, I also excluded streets where an increase of the BSQ by less than half may be hidden by the lower or upper limit of the BSQ: those with a 2014 value of 5 and a 2016 value of less than 8; and those with a 2014 value above 32 and a 2016 value of 49.

In creating the map I also ignored long streets that traverse multiple neighbourhoods and that therefore have been separated into multiple segments. Constructing street segments from line geometries representing the entire street seemed like a lot of work (perhaps there’s a simple way to do this, but I couldn’t find it).

I used Tabula to extract data from the original pdf; this Python script to process the data, create a csv for the chart and create a shapefile for the map; D3.js for the chart and Qgis to create the map (using Open Street Map map data and Stamen Toner Lite for the background).

Nekt Strava de Fietstelweek?

Strava is een populaire app om fietsritten mee op te nemen. Het bedrijf probeert al een paar jaar om zijn gegevens aan lokale overheden te verkopen zodat die ze kunnen gebruiken bij hun fietsbeleid. NDW, een platform van overheden waaronder Amsterdam, heeft zes maanden aan Stravagegevens gekocht om eens uit te proberen wat je hiermee kan.

De overstap naar Strava betekent mogelijk het einde van de Fietstelweek, een jaarlijkse actie om fietsgegevens te verzamelen waar duizenden vrijwilligers aan meedoen. Ik heb de gegevens van de Fietstelweek ooit gebruikt om te analyseren hoe lang je moet wachten bij stoplichten. De Fietstelweek kreeg geld van dezelfde overheden die nu experimenteren met gegevens van Strava.

Eén van de redenen waarom overheden naar alternatieven kijken is dat de Fietstelweek minder deelnemers heeft dan ze graag zouden willen. Daar zit iets in. Neem bijvoorbeeld de onderstaande kaart, met fietsroutes van en naar Amsterdam Centraal Station.

Op zich een interessante kaart. Niet heel verassend is de intensiteit het hoogst in de buurt van fietsenstallingen. De Geldersekade (met de soms chaotische kruising met de Prins Hendrikkade) en de Piet Heinkade lijken belangrijke toegangswegen te zijn. Het lijkt erop dat mensen die met de fiets naar CS gaan wat vaker in het oosten van de stad wonen.

Maar let op: het gaat om kleine aantallen. Zelfs de drukste segmenten vertegenwoordigen niet meer dan 40 ritten. Eén loyale deelnemer aan de Fietstelweek zou letterlijk de kaart kunnen veranderen door de hele week haar fietsrit naar werk op te slaan.

Strava beschikt over veel grotere datasets, maar deze gegevens roepen weer andere vragen op. Strava noemt zich ‘het sociale netwerk voor sporters’ en wil weten of je een racefiets, een mountainbike, een tijdritfiets of een cyclocrossfiets gebruikt (‘anders’ is geen optie). Is Strava wel representatief voor mensen die bijvoorbeeld op hun stadsfiets naar werk gaan?

Het antwoord van Strava op dit soort vragen is dat ze proberen om competitie minder centraal te stellen en hun app socialer te maken, met Facebook-achtige tools. Op die manier hopen ze meer gegevens te verzamelen over ‘normale’ fietsritten Ze zeggen ook dat mensen met de app vaak dezelfde routes rijden als andere fietsers, vooral in de steden.

Maar klopt dat wel? De Strava heatmap (kies rood en rides) voor Amsterdam zou je misschien kunnen interpreteren als een combinatie van recreatieve routes (Vondelpark, Amstel) en fietsers die zo snel mogelijk de stad in of uit proberen te rijden (plus flink wat mensen die hun rondjes op de Jaap Edenbaan hebben opgeslagen als fietstochten).

Misschien valt er een manier te bedenken om de recreatieve en sportieve ritten eruit te filteren en hou je dan nog genoeg ‘normale’ fietsritten over. Aan de andere kant, bijna driekwart van de fietsritten in Nederland is korter dan 3,7 km, en ik vermoed dat zulke korte ritjes zelden op Strava worden gezet.

Er is ook nog een sociaal-economisch aspect. Er is aangevoerd dat Strava vooral wordt gebruikt door mensen die in de rijkere buurten wonen, terwijl andere buurten misschien wel meer behoefte hebben aan betere fietsinfrastructuur.

Natuurlijk is het fietsgebruik sowieso ongelijk verdeeld, en dat zie je ook terug in de gegevens van de Fietstelweek. De kaart hieronder toont de start- en eindpunten van fietsritten in Amsterdam.

De dichtheid is het grootst in het gebied binnen de ring ten zuiden van het IJ. Het aantal fietstochten per 1.000 inwoners correleert ook met woningwaarde: veel fietstochten beginnen of eindigen in rijkere buurten. Zoals gezegd, dit weerspiegelt waarschijnlijk het werkelijke fietsgebruik en wijst dus niet op een probleem met de gegevens.

Om samen te vatten: de Fietstelweek heeft kleinere aantallen deelnemers dan je zou willen, terwijl de gegevens van Strava vragen oproepen over de representativiteit. Strava zou natuurlijk kunnen helpen om die vragen te beantwoorden door een deel van de Amsterdamse gegevens beschikbaar te stellen als open data.

Dit Python-script laat zien hoe de analyse is uitgevoerd.

Pages