Data

Meer mensen in de bijstand, minder fraude

Sociale rechercheurs slaan alarm: er is in 2010 maar liefst 53 miljoen aan bijstandsfraude opgespoord. Het werkelijke fraudebedrag zou nog veel hoger liggen, misschien wel een miljard. De rechercheurs willen dat fraudeurs in de gevangenis worden gezet, want boetes kunnen ze toch niet betalen. Gemeenten hebben er al op gewezen dat die 1 miljard volslagen uit de lucht gegrepen is. Wat weten we wel? CBS Statline heeft cijfers over opgespoorde bijstandsfraude, maar die lopen maar tot en met 2008. De Integrale rapportage handhaving 2010 van het Ministerie van Sociale Zaken legt uit:

Eind 2009 kwam het CBS tot de conclusie dat gemeenten niet in alle gevallen uitgaan van dezelfde selectie van fraudeonderzoeken die men hiervoor aan het CBS levert, waardoor geen betrouwbare eenduidige fraudestatistiek kan worden gepubliceerd. Informatie uit de Bijstandsfraudestatistiek is daardoor sinds 2010 niet langer beschikbaar op de openbare site van het CBS (Statline).

Het ministerie is daarom zelf maar gaan rekenen met niet-gepubliceerde cijfers van het CBS. Dat levert lagere bedragen op dan de oude cijfers die op Statline staan. Het meest recente CBS-cijfer is 110,9 miljoen voor het jaar 2008. Sociale Zaken komt voor 2008 uit op 66,5 miljoen en voor 2010 op de 53 miljoen die de sociale rechercheurs ook noemen. Dat is krap anderhalf procent van de totale uitgaven aan bijstand.

Verder blijkt dat het totale bedrag aan opgespoorde fraude sinds 2006 met 30% is gedaald. Dat de daling doorzet in 2010 is opmerkelijk, omdat het aantal bijstandsgerechtigden in dat jaar als gevolg van de crisis juist steeg van 317.000 naar 345.000. Natuurlijk zeggen deze cijfers niet alles: misschien zijn gemeenten minder streng gaan controleren. Maar in de Volkskrant zeggen grote gemeenten dat ze juist strenger zijn geworden.

Summary: 

Fraud investigators raise the alarm over the annual 53 million euros in detected social assistance fraud, but the amount of fraud (shown in the graph as euros per recipient) has been decreasing over the past couple of years.

Rechts populisme

In de eerste ronde van de Franse presidentsverkiezingen haalde het Front National van Marine le Pen 17,9% van de stemmen. Dat ze veel stemmen zou kunnen halen was al voorspeld in Marine ne perd pas le Nord, het nieuwe boek van politicoloog, uitgever, platenbaas en voormalig raadslid in Amsterdam Oud-Zuid Laurent Chambon.

In veel Europese landen ziet Chambon een ‘extreem-rechts dat agressieve politiek bedrijft en vastbesloten is om de macht te veroveren’. In theorie heeft iedereen gelijke kansen, maar in de praktijk leven we in een klassenmaatschappij waarin de classe diplômée de touwtjes in handen heeft, aldus Chambon. Hij geeft de rechtspopulisten credit omdat ze de lagere klasse een stem hebben gegeven en bij de politiek hebben betrokken. Sinds de opkomst van Pim Fortuyn leeft de politiek meer dan ooit in Nederland. Tegelijk maakt hij zich zorgen:

Op termijn zijn er twee scenario’s mogelijk: 1880 en 1930. Ofwel de gebooorte van een beweging vergelijkbaar met de socialistische beweging, genereus en emancipatorisch. Ofwel de uitbarsting van een golf van collectieve haat.

Zo’n emancipatiebeweging zou een mooi klusje zijn voor de PvdA, zou je zeggen, maar Chambon verwacht weinig van zijn vroegere partij. Deze wordt gedomineerd door hoogopgeleiden en ‘is aangetast door de liberale mythe, onverschilligheid ten aanzien van armoede en de macht van regenten’ (Chambon’s kritiek op de PvdA komt voor een flink stuk overeen met die van Paul Kalma in Makke schapen). Op het moment dat hij zijn boek schreef was overigens nog niet bekend wie de nieuwe partijleider van de PvdA zou worden.

Summary: 

Right-wing populism in Europe, analysed by political scientist and former Amsterdam Oud-Zuid district council member Laurent Chambon.

Hoe groen is het Kunduz-akkoord

In het nieuwe begrotingsakkoord zit een aantal groene maatregelen. Gaat het om symboolpolitiek of om serieuze bedragen? GroenLinks-leider Jolande Sap noemde het akkoord ‘een eerste stap naar een groener en socialer Nederland’, maar voegde daaraan toe dat ze zelf nog wel wat verder had willen gaan.

In het maatregelenpakket dat minister Jan Kees de Jager naar Brussel heeft gestuurd zit een kopje ‘Vergroening’, waar hij voor het gemak ook de verhoging van de BTW en de accijnzen op alcohol, tabak en frisdrank onder heeft gezet. Om dat allemaal als vergroening mee te tellen is natuurlijk een beetje te gortig. De belangrijkste maatregel is de vergroening van het belastingstelsel (de aardgasheffing, kolenbelasting, rode diesel, leidingwater en het eurovignet). Dit moet 890 miljoen opleveren. Daarnaast komt er 200 miljoen aan milieusubsidies en wordt 200 miljoen aan bezuinigingen op de natuur teruggedraaid.

Als achtergrondinformatie is wel interessant dat Nederland een groener belastingstelsel heeft dan veel andere landen. Volgens Eurostat vormden groene belastingen in 2009 (het meest recente jaar waar cijfers over beschikbaar zijn) in Nederland ruim 10% van de totale opbrengst aan belastingen en sociale heffingen, na Bulgarije het hoogste percentage in Europa. Het Europese gemiddelde ligt rond de 6%.

De 890 miljoen aan nieuwe groene belastingen die zijn afgesproken in het begrotingsakkoord komen overeen met 4,5% van de totale opbrengst aan milieubelastingen in 2010; 7,2% van het totale bedrag aan ombuigingen dat afgelopen week is afgesproken (noot) en 17,5% van het bedrag dat GroenLinks zelf in 2012 aan extra milieubelastingen had willen heffen. De afgelopen tien jaar is de opbrengst aan groene belastingen in Nederland gemiddeld 590 miljoen per jaar gestegen (met uitschieters van -472 tot +1.407 miljoen). In vergelijking daarmee is de 890 miljoen extra voor 2013 dus niet revolutionair, maar wel substantieel.

Summary: 

The new budget agreement contains 890 million in new environmental taxes. This corresponds to 4.5% of green taxes in 2010; 7.2% of the sum of all new budget cuts and tax increases; or 17.5% of the new green taxes the Green Party wanted to introduce in 2012. Over the past ten years, environmental taxes have risen by 590 million per year on average.

95 miljard steun aan de banken, is dat veel?

Hoeveel geld heeft het redden van de banken ons eigenlijk gekost? In de media circuleert een bedrag van 150 miljard euro, dat weer is gebaseerd op een publicatie van de Nederlandsche Bank. In een evaluatie van de Europese Commissie (EC) staat dat Nederland 95 miljard heeft uitgegeven. Ik heb aan de Nederlandsche Bank gevraagd hoe het verschil tussen deze bedragen verklaard kan worden. Uit het antwoord blijkt dat de EC heeft geprobeerd om rekening te houden met de waarde van bezittingen die we hebben verworven door de steunverlening (Noot).

Voorzichtigheidshalve ga ik uit van de 95 miljard die de EC noemt. Dat is ongeveer een zesde van wat we per jaar verdienen, ofwel ruim 5.700 euro per inwoner, ofwel bijna zeven keer het bedrag aan extra bezuinigingen waarover VVD, CDA en PVV overeenstemming dachten te hebben bereikt. Een deel van die 95 miljard zal worden terugbetaald of terugverdiend, maar hoeveel is onduidelijk.

De bovenstaande kaart laat de staatssteun zien als percentage van het bbp. Drie landen zitten (ver) boven het Nederlanse percentage, met Ierland als uitschieter. De meeste landen hebben echter een (veel) kleiner deel van hun binnenlands product aan de financiële sector gegeven. Volgens de Nederlandsche Bank is het logisch dat Nederland veel geld heeft uitgegeven aan staatssteun omdat we nu eenmaal een grote financiële sector hebben. Maar de EC heeft de staatssteun berekend als aandeel van de financiële sector, en dan blijkt dat Nederland nog steeds op anderhalf keer het gemiddelde zit. Kortom, hoe je het ook bekijkt: de kosten van het redden van de banken waren in Nederland hoog.

Een scheiding tussen nuts- en zakenbanken zou kunnen helpen voorkomen dat de overheid in de toekomst opnieuw miljarden moet uitgeven om banken te redden. Wat de bankenlobby betreft gaat zo’n scheiding er niet komen.

Summary: 

According to an EC evaluation, the Netherlands have spent 95 billion euros on state aid to financial institutions. Both relative to gdp (see map) and relative to the size of the financial sector, this is more than most other European countries.

Pages