champagne anarchist | armchair activist

Data

Rechts populisme

In de eerste ronde van de Franse presidentsverkiezingen haalde het Front National van Marine le Pen 17,9% van de stemmen. Dat ze veel stemmen zou kunnen halen was al voorspeld in Marine ne perd pas le Nord, het nieuwe boek van politicoloog, uitgever, platenbaas en voormalig raadslid in Amsterdam Oud-Zuid Laurent Chambon.

In veel Europese landen ziet Chambon een ‘extreem-rechts dat agressieve politiek bedrijft en vastbesloten is om de macht te veroveren’. In theorie heeft iedereen gelijke kansen, maar in de praktijk leven we in een klassenmaatschappij waarin de classe diplômée de touwtjes in handen heeft, aldus Chambon. Hij geeft de rechtspopulisten credit omdat ze de lagere klasse een stem hebben gegeven en bij de politiek hebben betrokken. Sinds de opkomst van Pim Fortuyn leeft de politiek meer dan ooit in Nederland. Tegelijk maakt hij zich zorgen:

Op termijn zijn er twee scenario’s mogelijk: 1880 en 1930. Ofwel de gebooorte van een beweging vergelijkbaar met de socialistische beweging, genereus en emancipatorisch. Ofwel de uitbarsting van een golf van collectieve haat.

Zo’n emancipatiebeweging zou een mooi klusje zijn voor de PvdA, zou je zeggen, maar Chambon verwacht weinig van zijn vroegere partij. Deze wordt gedomineerd door hoogopgeleiden en ‘is aangetast door de liberale mythe, onverschilligheid ten aanzien van armoede en de macht van regenten’ (Chambon’s kritiek op de PvdA komt voor een flink stuk overeen met die van Paul Kalma in Makke schapen). Op het moment dat hij zijn boek schreef was overigens nog niet bekend wie de nieuwe partijleider van de PvdA zou worden.

Summary: 

Right-wing populism in Europe, analysed by political scientist and former Amsterdam Oud-Zuid district council member Laurent Chambon.

Hoe groen is het Kunduz-akkoord

In het nieuwe begrotingsakkoord zit een aantal groene maatregelen. Gaat het om symboolpolitiek of om serieuze bedragen? GroenLinks-leider Jolande Sap noemde het akkoord ‘een eerste stap naar een groener en socialer Nederland’, maar voegde daaraan toe dat ze zelf nog wel wat verder had willen gaan.

In het maatregelenpakket dat minister Jan Kees de Jager naar Brussel heeft gestuurd zit een kopje ‘Vergroening’, waar hij voor het gemak ook de verhoging van de BTW en de accijnzen op alcohol, tabak en frisdrank onder heeft gezet. Om dat allemaal als vergroening mee te tellen is natuurlijk een beetje te gortig. De belangrijkste maatregel is de vergroening van het belastingstelsel (de aardgasheffing, kolenbelasting, rode diesel, leidingwater en het eurovignet). Dit moet 890 miljoen opleveren. Daarnaast komt er 200 miljoen aan milieusubsidies en wordt 200 miljoen aan bezuinigingen op de natuur teruggedraaid.

Als achtergrondinformatie is wel interessant dat Nederland een groener belastingstelsel heeft dan veel andere landen. Volgens Eurostat vormden groene belastingen in 2009 (het meest recente jaar waar cijfers over beschikbaar zijn) in Nederland ruim 10% van de totale opbrengst aan belastingen en sociale heffingen, na Bulgarije het hoogste percentage in Europa. Het Europese gemiddelde ligt rond de 6%.

De 890 miljoen aan nieuwe groene belastingen die zijn afgesproken in het begrotingsakkoord komen overeen met 4,5% van de totale opbrengst aan milieubelastingen in 2010; 7,2% van het totale bedrag aan ombuigingen dat afgelopen week is afgesproken (noot) en 17,5% van het bedrag dat GroenLinks zelf in 2012 aan extra milieubelastingen had willen heffen. De afgelopen tien jaar is de opbrengst aan groene belastingen in Nederland gemiddeld 590 miljoen per jaar gestegen (met uitschieters van -472 tot +1.407 miljoen). In vergelijking daarmee is de 890 miljoen extra voor 2013 dus niet revolutionair, maar wel substantieel.

Summary: 

The new budget agreement contains 890 million in new environmental taxes. This corresponds to 4.5% of green taxes in 2010; 7.2% of the sum of all new budget cuts and tax increases; or 17.5% of the new green taxes the Green Party wanted to introduce in 2012. Over the past ten years, environmental taxes have risen by 590 million per year on average.

95 miljard steun aan de banken, is dat veel?

Hoeveel geld heeft het redden van de banken ons eigenlijk gekost? In de media circuleert een bedrag van 150 miljard euro, dat weer is gebaseerd op een publicatie van de Nederlandsche Bank. In een evaluatie van de Europese Commissie (EC) staat dat Nederland 95 miljard heeft uitgegeven. Ik heb aan de Nederlandsche Bank gevraagd hoe het verschil tussen deze bedragen verklaard kan worden. Uit het antwoord blijkt dat de EC heeft geprobeerd om rekening te houden met de waarde van bezittingen die we hebben verworven door de steunverlening (Noot).

Voorzichtigheidshalve ga ik uit van de 95 miljard die de EC noemt. Dat is ongeveer een zesde van wat we per jaar verdienen, ofwel ruim 5.700 euro per inwoner, ofwel bijna zeven keer het bedrag aan extra bezuinigingen waarover VVD, CDA en PVV overeenstemming dachten te hebben bereikt. Een deel van die 95 miljard zal worden terugbetaald of terugverdiend, maar hoeveel is onduidelijk.

De bovenstaande kaart laat de staatssteun zien als percentage van het bbp. Drie landen zitten (ver) boven het Nederlanse percentage, met Ierland als uitschieter. De meeste landen hebben echter een (veel) kleiner deel van hun binnenlands product aan de financiële sector gegeven. Volgens de Nederlandsche Bank is het logisch dat Nederland veel geld heeft uitgegeven aan staatssteun omdat we nu eenmaal een grote financiële sector hebben. Maar de EC heeft de staatssteun berekend als aandeel van de financiële sector, en dan blijkt dat Nederland nog steeds op anderhalf keer het gemiddelde zit. Kortom, hoe je het ook bekijkt: de kosten van het redden van de banken waren in Nederland hoog.

Een scheiding tussen nuts- en zakenbanken zou kunnen helpen voorkomen dat de overheid in de toekomst opnieuw miljarden moet uitgeven om banken te redden. Wat de bankenlobby betreft gaat zo’n scheiding er niet komen.

Summary: 

According to an EC evaluation, the Netherlands have spent 95 billion euros on state aid to financial institutions. Both relative to gdp (see map) and relative to the size of the financial sector, this is more than most other European countries.

Hoe kwam Tinkebell aan al die privégegevens

Bijna drie jaar geleden publiceerden de kustenaars Tinkebell en Coralie Vogelaar het boek Dearest Tinkebell, waarin ze de identiteit, foto’s, adressen en allerlei gênante privégegevens publiceerden van mensen die haatmails aan ‘kattenmoordenares’ Tinkebell hadden gestuurd. Het boek staat opnieuw in de belangstelling vanwege een artikel dat gisteren in de Guardian verscheen.

Hoe pakte Tinkebell het onderzoek naar haar bedreigers aan? “Door uit te zoeken of de emailadressen ook bij andere sites waren geregistreerd kon ze gemakkelijk de identiteit van veel van haar bedreigers achterhalen”, schrijft de Volkskrant. Op die manier kreeg ze toegang tot ‘Facebook-profielen, Amazon-verlanglijstjes en YouTube-accounts’.

Zo gemakkelijk als de Volkskrant het voorstelt was het natuurlijk niet. In een bijlage in het boek beschrijft Vogelaar vijf stappen om de identiteit van een mailer te achterhalen. Stap 1 bestaat er simpelweg uit om het emailadres te googlen. “Often this only resulted in comments on blogs and sometimes a small profile but rarely in a full name.”

Blijkbaar kwam de interessante informatie meestal pas boven water in stap 2, waarin de emailadressen werden gekoppeld aan de bestanden van Rapleaf (stappen 3 tot en met 5 gaan vooral over het verifiëren van de gevonden informatie). Toen Tinkebell en Vogelaar hun boek publiceerden had nog niemand van dit bedrijf gehoord. Dat veranderde in 2010, toen de Wall Street Journal enige ophef veroorzaakte met een serie artikelen over de handel in online verzamelde privégegevens, onder de titel ‘What they know’.

Eén van de belangrijkste bedrijven op deze markt is Rapleaf, dat destijds claimde over een miljard emailadressen te beschikken. Deze adressen worden gekoppeld aan gegevens over wat je doet op sociale netwerksites, gegevens over je aankopen en andere informatie. Op die manier krijgt het bedrijf een zeer gedetailleerd beeld van je. Een woordvoerder zei destijds dat Rapleaf nooit namen van personen doorgeeft aan zijn klanten, maar Vogelaar en Tinkebell hadden al laten zien dat je met de gegevens van het bedrijf zonder problemen iemands identiteit kan achterhalen – en nog veel meer.

Summary: 

In 2010, the WSJ caused a bit of a stir by describing how companies like Rapleaf deal in very detailed personal information, gathered online. A year and a half earlier, artists Tinkebell and Vogelaar had already demonstrated how Rapleaf’s databases can be used to expose the identity, photos, addresses and embarrassing personal details of people who had sent threat mails to ‘cat murderer’ Tinkebell (see also the Guardian on their project).

How did Tinkebell obtain all that personal information

Almost three years ago, artists Tinkebell and Coralie Vogelaar published the book Dearest Tinkebell, in which they revealed the identity, photos, addresses and all sorts of embarrassing personal information about people who had sent hate mail to ‘cat murderer’ Tinkebell. The book is again drawing attention because of an article in the Guardian.

How did Tinkebell go about investigating the people who had made threats against her? “By checking whether the email addresses were registered at other websites as well, she could easily discover the identity of many of the people who had made threats against her”, the Volkskrant wrote. In this way, she got access to ‘Facebook profiles, Amazon wish lists and Youtube accounts’.

Of course, it wasn’t as easy as the Volkskrant suggests. In a supplement to the book, Vogelaar describes five steps to find out the identity of a mailer. Step 1 simply consists in googling the email address. “Often this only resulted in comments on blogs and sometimes a small profile but rarely in a full name.”

Apparently, the interesting information didn’t usually surface until step 2, in which the email addresses were linked to the Rapleaf database (steps 3 to 5 are mainly about verifying the information). When Tinkebell and Vogelaar published their book, nobody had heard about that company. That changed in 2010, when the Wall Street Journal created a bit of a fuss with a series of articles on the trade in personal information, under the title ‘What they know’.

One of the main companies active on this market is Rapleaf, which at the time claimed it had one billion email addresses at its disposal. These addresses are linked with data on your social network activity, your purchases and other information. In this way, the company builds a detailed profile of you. A spokesperson said at the time that Rapleaf never reveals people’s names to clients, but Vogelaar and Tinkebell had already shown that you can easily obtain someone’s identity with the data provided by the company – and much more.

Summary: 

In 2010, the WSJ caused a bit of a stir by describing how companies like Rapleaf deal in very detailed personal information, gathered online. A year and a half earlier, artists Tinkebell and Vogelaar had already demonstrated how Rapleaf’s databases can be used to expose the identity, photos, addresses and embarrassing personal details of people who had sent threat mails to ‘cat murderer’ Tinkebell (see also the Guardian on their project).

Pages