D3.js

Has coverage of Amsterdam’s district politics declined?

The districts with their elected councils have always played an important role in Amsterdam politics, but since the elections of 19 March 2014 their powers have been curtailed (I’m simplifying; here’s an explanation in Dutch). One may ask what point there is in having districts if their role is largely reduced to implementing policies set by the city government. And would people still be interested in what they do?

To find out more, I looked up the names of almost 500 local politicians and counted how often they’re mentioned at the websites of the most important local media, newspaper het Parool and TV station AT5. The results are shown below:

Unsurprisingly, there were many mentions of local politicians during election month March 2014. Further, especially at AT5, there’s been a peak in mentions of district politicians in October 2010. This is probably related to their eager coverage of the so-called MuzyQ affair in the Oost district.

But the relevant question is of course: what happened after March 2014. At het Parool, mentions of district politicians declined. At AT5, the pattern is less clear-cut.

The chart below shows articles mentioning district politicians as a percentage of all articles mentioning local politicians. The graph shows the three-month moving average. This has the advantage of showing the trend more clearly, but the consequence is that there’s a lag before effects fully manifest themselves. This can be seen clearly for het Parool: in the graph, the effect of the elections extends until May, but in reality it wore off quicker (cf. the top chart).

As the chart shows, AT5’s coverage of district politics has been declining for years. It’s difficult to say whether the changes in the administrative system as of March 2014 have had a separate effect on AT5’s coverage.

At het Parool, there is a clear effect after March 2014. There are two possible interpretations:

  • One could argue that there’s been a decline in mentions of district politicians after the March 2010 elections as well; perhaps journalists need some time after an election to figure out which district politicians are newsworthy. In 2010, coverage of district politics recovered pretty fast as a consequence of the MuzyQ affair refered to above.
  • On the other hand, it’s been almost a year and a half now since the 2014 elections. One should expect any temporary effects to have worn off by now. All the same, mentions of district politicians have remained below twenty percent, whereas they were mostly above twenty percent before the elections.

I’m inclined to follow the second interpretation. It appears that district politics has become structurally less relevant - at least so in the eyes of the editors of het Parool.

Rankings

Since I’ve been counting anyway, I can also report which politicians have been mentioned most often in het Parool. I restrict myself to council members.

2014 - now, city council
1. Jan Paternotte
2. Rutger Groot Wassink
3. Wil van Soest
4. Marjolein Moorman
5. Johnas van Lammeren

2014 - now, district councils
1. Hans Bremer
2. Pieter Rietman
3. Iwan Leeuwin
4. Reinout de Vries
5. Erna Berends

2010 –2014, city council
1. Laurens Ivens
2. Robert Flos
3. Jan Paternotte
4. Frank de Wolf
5. Maureen van der Pligt

2010 - 2014, district councils
1. Vera Bergkamp
2. Narish Parsan
3. Rutger Groot Wassink
3. Nelly Duijndam
4. Jan-Bert Vroege

Method

There appears to be no data available on past roles of local politicians. Since I was looking for a project to learn PHP and MySQL, I decided to create one myself. Data is from a number of sources including my own News from Amsterdam website (no longer maintained). I used the search forms of the AT5 and Parool websites to look up articles containing names of local politicians (after removing accents, shortening double last names and setting to lowercase). I restricted the analysis to articles that appeared between March 2010 and July 2015 and included only those with a publication date within the period in which a politician was in office.

See the Dutch version of this article for a more elaborate discussion of how the data was collected and analysed.

Minder aandacht voor stadsdeelpolitiek?

De stadsdelen met hun gekozen deelraden hebben altijd een belangrijke rol gespeeld in de Amsterdamse politiek, maar sinds de verkiezingen van 19 maart 2014 is hun macht flink ingeperkt (ik hou het even simpel, zie details). Je kan je afvragen wat voor zin de stadsdelen nog hebben als zij vooral het beleid van de gemeente moeten uitvoeren. En zouden mensen nog wel geïnteresseerd zijn in wat ze doen?

Om daar iets meer over te weten te komen heb ik de namen opgezocht van bijna 500 lokale politici en geteld hoe vaak zij worden genoemd op de websites van de belangrijkste lokale media, het Parool en AT5. Dat levert het volgende beeld op.

Rond de verkiezingen in maart 2014 kwamen politici uitgebreid in het nieuws. Verder is er vooral bij AT5 een piek geweest in de aandacht voor stadsdeelpolitici in oktober 2010; dat heeft waarschijnlijk te maken met de gretige berichtgeving over de MuzyQ-affaire in stadsdeel Oost.

Maar de vraag waar het om draait is natuurlijk: wat is er gebeurd na maart 2014. Bij het Parool is de aandacht voor stadsdeelpolitici afgenomen sinds de hervorming van de stadsdelen. Bij AT5 is het patroon wat grilliger.

De grafiek hieronder laat de aandacht voor stadsdeelpolitici zien als percentage van het totale aantal artikelen waarin lokale politici worden genoemd. Daarvan toont de grafiek weer het voortschrijdend gemiddelde. Dat heeft als voordeel dat je de trend beter ziet, maar de consequentie is wel dat effecten met enige vertraging zichtbaar worden. Dat is goed te zien bij het Parool: in de grafiek hieronder werkt het effect van de verkiezingen door tot in mei, terwijl het in werkelijkheid sneller voorbij was (vergelijk de bovenste grafiek).

Bij AT5 is de relatieve aandacht voor stadsdeelpolitiek al jarenlang aan het dalen. Het is moeilijk te zeggen of het nieuwe bestuurlijke stelsel nog een zelfstandig effect heeft gehad op de berichtgeving van AT5.

Bij het Parool is er wel een duidelijk effect na maart 2014. Je kan dit op verschillende manieren interpreteren:

  • Je zou kunnen aanvoeren dat er na de vorige verkiezingen (in maart 2010) ook een dip was in de aandacht voor stadsdeelpolitici. Misschien hebben journalisten na een verkiezing even tijd nodig om te ontdekken welke stadsdeelpolitici iets te melden hebben. In 2010 kwam de aandacht voor de stadsdeelpolitiek vrij snel weer op gang als gevolg van de eerder genoemde MuzyQ-affaire.
  • Aan de andere kant, het is alweer bijna anderhalf jaar geleden dat de verkiezingen plaatsvonden. Je zou zeggen dat tijdelijke effecten onderhand uitgewerkt zijn. Toch ligt de aandacht voor stadsdeelpolitici structureel onder de twintig procent, terwijl het voor de verkiezingen meestal boven de twintig procent lag.

Zelf neig ik naar de tweede interpretatie. Het lijkt erop dat de stadsdeelpolitiek structureel minder relevant is geworden - op zijn minst in de ogen van de Paroolredactie.

Ranglijsten

Nu ik toch geteld heb, kan ik nog vermelden welke politici het vaakst genoemd zijn in het Parool. Ik hou het even bij de raadsleden.

2014 - nu, gemeenteraad
1. Jan Paternotte
2. Rutger Groot Wassink
3. Wil van Soest
4. Marjolein Moorman
5. Johnas van Lammeren

2014 - nu, deelraden
1. Hans Bremer
2. Pieter Rietman
3. Iwan Leeuwin
4. Reinout de Vries
5. Erna Berends

2010 –2014, gemeenteraad
1. Laurens Ivens
2. Robert Flos
3. Jan Paternotte
4. Frank de Wolf
5. Maureen van der Pligt

2010 - 2014, deelraden
1. Vera Bergkamp
2. Narish Parsan
3. Rutger Groot Wassink
4. Nelly Duijndam
5. Jan-Bert Vroege

Methode

In de eerste plaats moest ik zien te achterhalen welke politici wanneer actief zijn geweest. Die informatie lijkt nergens beschikbaar te zijn, zelfs niet voor gemeenteraadsleden (eerlijk gezegd vind ik dat merkwaardig).

Aangezien ik op zoek was naar een project om PHP en MySQL te leren heb ik zelf een database gemaakt met Amsterdamse politici. De database zelf is redelijk basaal; de grootste uitdaging bestond uit het verzamelen en opschonen van de gegevens. Gegevens over huidige functies zijn ontleend aan de websites van gemeente en stadsdelen; gegevens over functies in de vorige periode zijn grotendeels ontleend aan mijn website Nieuws uit Amsterdam (niet meer actief) en gegevens over verkiezingsuitslagen zijn afkomstig van OIS (beter bekend onder de oude naam O+S)

Wat niet echt helpt is dat alle stadsdeelwebsites hun eigen structuur hebben (het zou me niet verbazen als die binnenkort worden geïntegreerd in de site van de gemeente) en dat OIS veel gegevens over verkiezingsuitslagen heeft verstopt in pdf’s (Tabula kwam daarbij van pas). Verder is informatie over tussentijdse wijzigingen lastig te vinden. Hopelijk gaat dit voorstel van raadslid Zeeger Ernsting ervoor zorgen dat gemeentelijke informatie toegankelijker wordt (volgens de termijnagenda zou het voorstel komende donderdag worden behandeld maar het lijkt erop dat het college nog met een reactie moet komen).

Ik heb gekeken hoe vaak de gevonden personen worden genoemd op de websites van AT5 en het Parool. Alleen artikelen vanaf verkiezingsdatum 3 maart 2010 tot en met de maand juli 2015 zijn bij de analyse betrokken. Verder heb ik me beperkt tot bestuurders, wethouders en (duo-) raadsleden; de burgemeester heb ik buiten beschouwing gelaten. Iedere keer dat een naam in een artikel voorkomt heb ik meegeteld, dat betekent dus dat een artikel meerdere keren is meegeteld als er meerdere politici in worden genoemd.

Ik heb gezocht met combinaties van voor- en achternaam; accenten en dergelijke heb ik weggelaten en bij samengestelde achternamen heb ik het deel na het koppelteken weggelaten (verder heb ik de namen omgezet naar onderkast).

Ik heb alleen artikelen meegeteld die zijn verschenen in de periode waarin de betreffende politicus in functie was in Amsterdam. Meestal maakt dat niet zoveel verschil, maar de naam van Vera Bergkamp is bijvoorbeeld nog regelmatig opgedoken in het Parool nadat ze was overgestapt naar de Tweede Kamer. Die artikelen heb ik dus niet meegeteld.

Er zitten wat haken en ogen aan de aanpak:

  • Je bent afhankelijk van de zoekfunctie van de betreffende websites. De website van AT5 leek half augustus 2015 een bug te hebben waardoor artikelen tussen februari en augustus 2015 niet werden getoond. Bij het Parool is enige creativiteit nodig om volledige resultaten te krijgen.
  • Het zou best kunnen dat redacties in de loop van de tijd meer artikelen online zijn gaan zetten. Dit kan een verstorend effect hebben als je naar de ontwikkeling van het absolute aantal vermeldingen kijkt, maar voor de verhouding tussen gemeentepolitici en stadsdeelpolitici zou het geen probleem moeten zijn.
  • Het kan gebeuren dat niet-politici ten onrechte worden meegeteld omdat ze dezelfde naam hebben als een politicus. Ik verwacht dat dit weinig voorkomt en dat het verstorende effect beperkt zal zijn.

Tenslotte voor wat betreft de interpretatie: de daling bij het Parool in de vermeldingen van stadsdeelpolitici na de verkiezingen van maart 2014 zou in principe een gevolg kunnen zijn van het feit dat het aantal raadsleden is verminderd. Op zich lijkt me dat niet waarschijnlijk (ik denk niet dat meer raadsleden zou hebben geleid tot meer berichtgeving over stadsdelen; eerder zou het effect zijn dat nog meer raadsleden in de luwte van de publiciteit opereren). Om dit te checken heb ik apart gekeken naar de aandacht voor stadsdeelbestuurders / dagelijks bestuurders. Ook daarin zie je een dip na maart 2014.

Hoe maak je de inkomenskloof transparant

Bedrijven met een Amerikaanse beursnotering moeten vanaf 2017 rapporteren hoeveel hun CEO verdient in vergelijking met een doorsnee werknemer van het bedrijf. Dat heeft de Securities and Exchange Commission (SEC) afgelopen woensdag besloten.

De maatregel doet denken aan de Tinbergennorm, die bepaalt dat het hoogste inkomen in een bedrijf niet hoger mag zijn dan vijf keer het laagste inkomen. Onlangs onthulde Broer Akkerboom (voormalig docent Rijksuniversiteit Groningen) dat deze norm waarschijnlijk niet van econoom Jan Tinbergen zelf afkomstig is, al lijkt iedereen dat wel te denken.

Akkerboom citeert Nobelprijswinnaar Robert Shiller:

Jan Tinbergen had berekend dat een CEO van een concern niet meer mocht verdienen dan vijf keer het salaris van de gewone werknemer. In Amerika is dat gegroeid naar 230 keer het salaris van de gewone man! We kind of missed the whole Tinbergen norm.

Akkerboom merkt op dat Shiller het hoogste loon vergelijkt met het salaris van een gewone werknemer in plaats van het laagste loon. Er is nog iets aan de hand met het citaat: Shiller vergelijkt het inkomen van de CEO niet met andere werknemers bij het bedrijf, maar met de hele bevolking - zeg maar met Marie Modaal. Daar valt veel voor te zeggen: waarom zou je het loon van bestuursvoorzitters vergelijken met hun eigen werknemers, maar niet met de uitbestede werknemers die hun kantoor schoonmaken, hun lunch bereiden of hun computer repareren? Aan de andere kant, de nieuwe SEC-norm omvat tenminste een deel van de werknemers die een bedrijf in het buitenland in dienst heeft.

Verder heeft de Tinbergen-Shiller norm het praktische voordeel dat er niet zo makkelijk mee valt te sjoemelen (de NYT beschrijft hoe de nieuwe SEC-norm gemanipuleerd kan worden).

Hoe scoren Nederlanse CEOs op de Tinbergen-Shiller norm? De CEO’s van staatsbank ABN AMRO en van Schiphol - ook eigendom van de overheid - krijgen 25 tot 30 keer modaal. De gemiddelde beloning van bestuursvoorzitters van AEX-bedrijven is zelfs ongeveer 100 keer zo hoog. Kortom, er valt nog wat te nivelleren.

Making the pay gap transparent

As of 2017, US-listed companies will be required to report how the income of their CEO relates to the median pay of their workers. This was decided by the Securities and Exchange Commission (SEC) on Wednesday.

The decision is reminiscent of the so-called Tinbergen norm, which states that the highest income in a company shouldn’t be higher than five times the lowest income. Recently, Broer Akkerboom (formerly of Groningen University) has revealed that the norm was probably not formulated by the renowned Dutch economist Jan Tinbergen himself, even though everybody seems to think so.

Akkerboom quotes Nobel Prize winner Robert Shiller:

Jan Tinbergen had calculated that a CEO of a company should not earn more than five times the wage of a typical worker. In America, that has grown to 230 times the wage of a typical person! We kind of missed the whole Tinbergen norm.

Akkerboom notes that Shiller compares highest pay to typical pay, rather than to lowest pay. There’s something else about the quote: Shiller compares CEO pay not to other workers in the company, but to the wider population. I think that makes sense: why compare CEO pay to their own employees but not to the outsourced workers who clean their offices, serve their lunches and fix their computers? On the other hand, the new SEC norm includes at least some of the workers a company employs abroad.

Further, the Tinbergen-Shiller norm has the practical advantage that it can’t be tinkered with so easily (the NYT describes how the new SEC norm can be manipulated).

How would Dutch CEOs score on the Tinbergen-Shiller norm? The CEOs of the government-owned ABN AMRO bank and of government-owned Schiphol Airport get about 25 to 30 times the income of a typical Dutch person. Average CEO pay (excluding pension contributions) of companies included in the AEX is about 100 times that amount. So there’s some levelling to be done.

Patterns in Tour de France excitement

I wrote two posts on patterns in Tour de France excitement, as measured by the ratio of #tdf tweets containing an exclamation mark. Since I published them, I’ve done some more data cleaning, most notably filtering out some marketing tweets. As a result, some of the weirder patterns have disappeared. Here’s a rewrite of the findings.

Hour of the day

Many stages show a peak in enthusiasm towards the end of the afternoon, when the riders finish. In some of the cases where such a peak is lacking, there appears to be a logical explanation. The most obvious examples are the rest days on 13 and 21 July. And the first stage was an individual time trial so there was not just one finish time.

In some cases, the pattern may be less pronounced because the winner had been riding ahead of the rest for some time before finishing (e.g. Simon Geschke in stage 17; Vincenzo Nibali in stage 19).

Language

The chart shows how Tour de France excitement developed over time, by language. Overall, exitement was high at the start of the tour, but then it declined, reaching a low on the first rest day. After the rest day, excitement started high again and then declined somewhat. After the second rest day, it started high again, but then it didn’t decline - presumably because the Tour had gotten a bit more interesting (thank you Nairo Quintana and Vincenzo Nibali).

There’s often a peak in excitement in tweets in a particular language on days when the stage is won by a rider speaking that language. For example, there are peaks in German-language tweets on the days Tony Martin and Simon Geschke won the stage. As one might expect, the pattern is less pronounced for languages used by people from many different countries, such as English.

The pattern for French-language tweets is a bit intriguing. Starting around Quatorze Juillet there’s a substantial peak. It doesn’t seem to be associated with specific riders or incidents.

And for some reason, the stage wins by André Greipel don’t appear to have impressed the Germans much.

Method

Using the Twitter API, I collected between 300,000 and 400,000 tweets containing the hashtag #tdf. Since the initial version of the analysis, I’ve made a few changes. For one thing, I excluded retweets, which seemed to yield somewhat more robust results. Also, I filtered out some silly marketing accounts (this and this). The latter adaptation didn’t make much difference for the total number of tweets included but did make a difference for the pattern on specific days.

Pages