Amsterdam

De slachtoffers van het districtenstelsel

Vorig jaar waarschuwde het Parool dat kleine partijen het slachtoffer dreigden te worden van de manier waarop de verkiezing van de nieuwe stadsdeelcommissies wordt georganiseerd. Nu de uitslagen bekend zijn, kunnen we uitrekenen wat het effect is van dit zogenaamde districtenstelsel.

Het districtenstelsel heeft voordelig uitgepakt voor PvdA, VVD en D66. Zonder districtenstelsel zouden zij samen 11 zetels minder hebben gekregen. Hun voordeel ging ten koste van BuurtVuist (een partij in West), PvdO, 50PLUS, CDA, GroenLinks, BIJ1, Belangenpartij Noord en met name DENK. Deze partijen verloren juist zetels door het districtenstelsel.

Hieronder per stadsdeel het aantal zetels dat partijen hebben gehaald, en tussen haakjes het aantal zetels dat ze zouden hebben gehaald als de zetels per stadsdeel verdeeld zouden zijn.

CENTRUM
GroenLinks: 2 (3)
D66: 2 (2)
PvdA: 2 (2)
VVD: 2 (1)

NIEUW-WEST
GroenLinks: 4 (3)
VVD: 4 (2)
DENK: 3 (4)
PvdA: 3 (2)
D66: 1 (2)
50PLUS: 1 (1)
CDA: 0 (1)
SP: 0 (1)

NOORD
GroenLinks: 3 (3)
PvdA: 3 (2)
D66: 2 (1)
SP: 2 (1)
PvdO: 1 (1)
VVD: 1 (1)
Belangen Partij Noord (BPN): 0 (1)
50PLUS: 0 (1)
DENK: 0 (1)

OOST
GroenLinks: 4 (5)
D66: 4 (3)
PvdA: 3 (2)
VVD: 3 (2)
SP: 1 (2)
Méérbelangen: 1 (1)
DENK: 0 (1)

WEST
GroenLinks: 5 (5)
D66: 4 (3)
PvdA: 3 (2)
VVD: 1 (2)
DENK: 1 (1)
BuurtVuist: 0 (1)

ZUID
GroenLinks: 4 (4)
D66: 4 (3)
VVD: 3 (4)
PvdA: 3 (2)
CDA: 1 (1)
PvdO: 0 (1)

ZUIDOOST
PvdA: 3 (3)
GroenLinks: 3 (3)
VVD: 2 (1)
D66: 1 (1)
DENK: 1 (1)
50PLUS: 1 (1)
SP: 1 (1)
Amsterdam BIJ1: 0 (1)

Methode

De methode om (rest-) zetels toe te wijzen is als volgt: eerst zijn volle zetels toegewezen aan partijen met meer stemmen dan de kiesdeler. Vervolgens zijn restzetels toegewezen aan de partijen die na toewijzing van de volle zetels het grootste stemmenoverschot hebben (lijsten met minder dan 25% van de kiesdeler komen niet in aanmerking voor een restzetel).

Dit systeem komt grotendeels overeen met het ‘systeem van de grootste overschotten’ dat wordt toegepast bij gemeenteraadsverkiezingen als een gemeente minder dan 19 raadszetels heeft (verschil is dat bij dit laatste systeem alleen restzetels worden toegekend aan partijen met minstens 75% van de kiesdeler).

Deze methode is toegepast op elk van de 22 gebieden. Ik heb een alternatieve berekening gemaakt waarbij eerst de stemmen per stadsdeel worden opgeteld en pas daarna de (rest-) zetels worden verdeeld, volgens dezelfde methode.

Waarschijnlijk is het effect van het districtenstelsel nog groter dan de berekeningen hierboven suggereren:

  • Zonder districtenstelsel hadden kleine partijen stemmen kunnen krijgen van kiezers uit het hele stadsdeel; daardoor hadden ze wellicht meer stemmen gekregen.
  • Misschien heeft het districtenstelsel er aan bijgedragen dat sommige partijen helemaal niet meer mee hebben gedaan.

Bron: DAP, uitslagen

Amsterdam publiceert Wob-besluiten

Jaarlijks krijgt de gemeente Amsterdam honderden verzoeken op basis van de Wet Openbaarheid Bestuur (Wob). Op verzoek van de gemeenteraad worden de antwoorden op deze verzoeken voortaan gepubliceerd op de website van de gemeente.

Op dit moment staan twee Wob-besluiten online, over activiteiten en bezittingen in Nederland van de Republiek Kazachstan (niets gevonden) en over de afhandeling van klachten over moskeeën.

Amsterdam publiceert in eerste instantie alleen de Wob-besluiten van de afdeling Bestuur en Organisatie. Later volgt de rest van de organisatie inclusief de stadsdelen. In 2016 zijn er 626 Wob-verzoeken ingediend, waarvan 54 bij de afdeling Bestuur en Organisatie.

Voorlopig is gekozen voor een tijdelijke oplossing om de stukken openbaar te maken. In de toekomst wordt dit een taak voor het Stadsarchief, dat beschikt over de infrastructuur om grote documenten voor onbepaalde tijd te kunnen opslaan en ontsluiten.

Amsterdam is niet de eerste overheidsinstantie die Wob-besluiten publiceert. Bij de gemeenten Rotterdam en Utrecht en het Rijk gebeurt dit al. Op dit moment lijkt Amsterdam nog niet samen te werken met Open Wob, de zoekmachine van Open State. Besluiten van overheidsinstanties waaronder Rotterdam en Utrecht zijn daar al terug te vinden.

UPDATE 26 augustus - Na de eerste drie wobbesluiten is er maandenlang niets gebeurd, maar inmiddels zijn er weer een paar toegevoegd.

UPDATE 21 oktober - Inmiddels staan er 15 wob-besluiten online. Opvallend is dat bij twee besluiten wordt vermeld wie het verzoek heeft ingediend; het gaat om verzoeken van AT5 en de Volkskrant over het mislukte plan om het Stadionplein om te dopen naar Johan Cruijffplein.

De landelijke overheid vermeldt bij wob-verzoeken niet wie ze heeft ingediend, al kan je daar soms wel naar raden.

UPDATE 28 oktober - D66 heeft een initiatiefvoorstel (pdf) ingediend waarin wordt gevraagd om een wobarchief naar Utrechts voorbeeld. Onduidelijk is hoe dit voorstel zich verhoudt tot het plan van de gemeente om dit onder te brengen bij het Stadsarchief.

Stadsdelen nauwelijks nog kweekvijver

Eigenlijk was ik niet van plan om te gaan stemmen voor de stasdeelcommissie. Ik vind het raar dat de gemeente een verkiezing organiseert maar de commissies geen bevoegdheden geeft. Uiteindelijk heb ik toch gestemd, uit waardering voor de mensen die zich voor mijn buurt willen inzetten. En wie weet, misschien zitten hier toekomstige gemeenteraadsleden tussen.

Allerlei politici hebben het vak ooit geleerd in een stadsdeel - bekende vorbeelden zijn Eric van der Burg (VVD), Rutger Groot Wassink (GroenLinks) en Ahmed Marcouch (PvdA). Maar werkt dat nog steeds zo?

Een voorlopige analyse suggereert dat de stadsdelen nauwelijks nog een kweekvijver vormen. In 2014 kwamen er dertien mensen in de raad die in de voorgaande periode in een stadsdeel actief waren geweest. Dit jaar lijken het er nog maar vier te zijn: Alexander Hammelburg (D66), Yassmine El Ksaihi (D66), Dorrit de Jong (GroenLinks) en Anne Marttin (VVD).

Het is niet zo moeilijk om mogelijke verklaringen te bedenken:

  • Er gaan vrij veel zetels naar (nieuwe) partijen die in de vorige periode niet actief waren in de stadsdelen;
  • Het aantal stadsdeelpolitici is in 2014 sterk teruggebracht waardoor de vijver kleiner is;
  • De stadsdelen hebben steeds minder te zeggen. Misschien hebben sommige politieke talenten geen zin meer om in een stadsdeel actief te worden.

Methode

Voor de huidige en de vorige verkiezing heb ik vastgesteld welke kandidaten zijn gekozen in de gemeenteraad (in eerste instantie, dus zonder rekening te houden met doorstroming nadat het college was gevormd) en wie daarvan actief is geweest in een stadsdeel in de voorgaande periode, inclusief duoraadsleden. De uitslag voor 2018 is uiteraard voorlopig (op basis van 385 van de 560 stembureaus); deze wordt pas vrijdag definitief vastgesteld. Daarnaast kunnen gegevens over eerdere functies onvolledig zijn. Bronnen: Database Amsterdamse Politici (DAP), OIS.

In 2014 zijn de volgende personen met een stadsdeelachtergrond in de voorgaande periode in de gemeenteraad gekozen: Zoë Kwint (D66), Paul Guldemond (D66), Jan-Bert Vroege (D66), Mascha ten Bruggencate (D66), Rutger Groot Wassink (GroenLinks), Jorrit Nuijens (GroenLinks), Simion Blom (GroenLinks), Henk Boldewijn (PvdA), Orhan Kayar (PvdA), Wil van Soest (PvdO), Daniël Peters (SP), Marianne Poot (VVD), Rik Torn (VVD).

Verkiezingen: hoe serieus zijn de kandidaten

Ruim duizend mensen hebben zich kandidaat gesteld voor de Amsterdamse gemeenteraad en de stadsdeelcommissies. GroenLinks, PvdA en VVD doen in alle 22 gebieden mee; D66 in 21; de SP in 9. Van de nieuwkomers doen met name DENK (16) en SAMEN (10) in veel gebieden mee. De Partij voor de Dieren en de Piratenpartij hebben uit principe besloten om niet mee te doen in de stadsdelen.

In hoeverre zijn alle duizend kandidaten ook serieus van plan om zitting te nemen in de raad of commissie waarvoor ze zich verkiesbaar hebben gesteld? Dat weet je nooit helemaal zeker, maar er valt wel iets over te zeggen. Er staan bijvoorbeeld verschillende Tweede Kamerleden op de kandidatenlijsten. De kans lijkt niet zo groot dat zij daadwerkelijk van plan zijn om in de Amsterdamse gemeenteraad of in een stadsdeelcommissie plaats te nemen.

De volgende Kamerleden staan op een kandidatenlijst: Joël Voordewind (ChristenUnie), Thierry Baudet (Forum voor Democratie), Bram van Ojik (GroenLinks), Liesbeth van Tongeren (GroenLinks), Lammert van Raan (PvdD), Peter Kwint (SP), Ronald van Raak (SP) en Mahir Alkaya (SP).

Dan zijn er mensen die zowel kandidaat zijn voor de gemeenteraad als voor een stadsdeelcommissie. Voor zover ik weet is het niet verboden om tegelijk in de gemeenteraad en een stadsdeelcommissie te zitten. Ik vermoed echter dat de meeste dubbelkandidaten niet van plan zijn om in allebei de organen zitting te gaan nemen. Als dat klopt, dan staan ze dus voor spek en bonen op één van de lijsten.

Er zijn 179 dubbelkandidaten. Hieronder als eerste een overzicht van de overlap bij partijen die momenteel niet in de gemeenteraad zitten en die tenminste één dubbelkandidaat hebben.

Met name bij SAMEN is er veel overlap. SAMEN is in december opgericht door politici uit Zuid en Nieuw-West. Ze doen in maar liefst tien gebieden mee, niet alleen de stadsdelen waar ze geworteld zijn, maar ook in Oost, West en Zuidoost. Daarnaast doen ze mee voor de gemeenteraad. Om al die lijsten te vullen hebben ze veel gebruik gemaakt van dubbelkandidaten.

Hieronder een vergelijkbare grafiek, maar dan voor de partijen die momenteel in de gemeenteraad zitten.

Bij de Partij voor de Dieren is er geen enkele overlap; logisch aangezien ze niet meedoen aan verkiezingen voor stadsdeelcommissies. Met name de Partij van de Ouderen en de VVD hebben veel dubbelkandidaten. Bij de VVD is driekwart van de kandidaten voor de gemeenteraad ook kandidaat voor een stadsdeelcommissie. Bij deze partijen de kans dus redelijk groot dat een kandidaat niet serieus van plan is om daadwerkelijk plaats te nemen in het orgaan waarvoor ze op de lijst staan - tenzij ze van plan zijn om tegelijk in de gemeenteraad en in een stadsdeelcommissie te gaan zitten.

Bron: Database Amsterdamse Politici. Het valt niet helemaal te garanderen dat het koppelen van namen altijd goed is gegaan.

Radicaal kiezen voor de fiets

Momenteel wordt 48 procent van de ruimte op straat in beslag genomen door auto’s. Aan een buurtgarage voor 250 auto’s wordt evenveel geld uitgegeven als aan 2,5 jaar fietsbeleid. De Fietsersbond vindt dat het tijd is voor nieuwe keuzes en heeft daarover de notitie Amsterdam 2025: Stad van de fiets uitgebracht.

In de notitie staat dat de komende jaren 10 procent van alle autoparkeerplekken boven de grond moet worden omgezet in ruimte voor fietsers, voetgangers en groen. Doorgaand autoverkeer moet worden ontmoedigd, bijvoorbeeld door eenrichtingsverkeer toe te passen. Verkeerslichten moeten ofwel verdwijnen, ofwel fietsvriendelijk worden ingesteld.

De kaart hierboven toont een aantal maatregelen uit Stad van de fiets. Het gaat om lokaties binnen de ring. Buiten de ring is er meestal voldoende ruimte beschikbaar en zijn de fietsnetwerken van voldoende kwaliteit, aldus de Fietsersbond. Toch moet ook daar nog wel wat gebeuren: tegels vervangen door asfalt en kortere wachttijden bij verkeerslichten.

De Fietsersbond heeft ook een aantal verkiezingsprogramma’s doorgelicht. «D66, GroenLinks en PvdA willen fietsers ruim baan geven, ook als dat ten koste gaat van ruimte voor auto’s; de SP doet nauwelijks concrete uitspraken; en voor de VVD mag meer fietsen niet ten nadele gaan van het autoverkeer.»

De lokaties op de kaart zijn misschien niet altijd helemaal correct.

Pages