Amsterdam

Nieuwe verhoudingen in de Amsterdamse politiek?

Afgelopen najaar discussieerden Amsterdamse politici op Twitter over de vraag of de verhoudingen tussen coalitie en oppositie veranderd zijn sinds de verkiezing van maart 2014, die resulteerde in een nieuwe coalitie.

Daar valt wel wat over te zeggen aan de hand van het stemgedrag over moties en amendementen gedurende de afgelopen twee jaar. Politiek gezien zijn voorstellen waar zo’n beetje iedereen het mee eens is niet zo interessant:

Een partij kan bijvoorbeeld een hoop moties indienen die heel breed gesteund worden, maar feitelijk weinig veranderen in de opstelling, laat staan het beleid, van de regering. Dit wordt in de literatuur wel «hurrah voting» genoemd: iedereen roept «hoera!», maar is er echt sprake van invloed? (Tom Louwerse)

In zekere zin zou je dat ook kunnnen zeggen over voorstellen die de steun hebben van de volledige coalitie. Interessanter zijn wat ik maar even x-voorstellen noem: voorstellen die niet de steun hebben van alle coalitiepartijen maar die toch worden aangenomen. In de Amsterdamse praktijk gaat het dan vaak om voorstellen waar de VVD tegen was. De verklaring is simpel: coalities zijn in Amsterdam relatief rechts, waardoor linkse coalitiepartijen meer medestanders buiten de coalitie hebben.

Laten we beginnen met de situatie voor de verkiezing van maart 2014. De PvdA was de grootste partij. De coalitie bestond uit GroenLinks, PvdA en VVD, maar de grotere linkse partijen PvdA, GroenLinks en SP hadden een comfortabele meerderheid. De grafiek hieronder laat de indieners van x-voorstellen zien. De pijlen laten zien van wie ze de steun wisten te krijgen om te zorgen dat deze voorstellen werden aangenomen.

De grootte van de cirkels correspondeert met de grootte van de fracties; de roze cirkels zijn coalitiepartijen. De dikte van de pijlen correspondeert met het aantal keer dat een partij een x-voorstel van een andere partij steunde. De richting van de pijlen zie je niet alleen aan de pijlpunt maar ook aan de kromming: pijlen buigen naar rechts.

Het beeld is duidelijk: PvdA en vooral GroenLinks waren de bruggenbouwers die steun wisten te vinden voor x-voorstellen.

En dan de situatie na maart 2014. Inmiddels is D66 de grootste partij en de coalitie bestaat uit SP, D66 en VVD. PvdA en GroenLinks zitten dus in de oppositie, maar ze blijken nog steeds een sleutelrol te spelen bij het aangenomen krijgen van x-voorstellen. Vooral GroenLinks is een bruggenbouwer: deze partij zat achter ongeveer de helft van de x-voorstellen.

De actiefste bruggenbouwer is Jorrit Nuijens (GroenLinks), gevolgd door Maarten Poorter (PvdA) en Femke Roosma (GroenLinks).

Methode

Gegevens zijn afkomstig van het raadsarchief van de Amsterdamse gemeenteraad. Daar kunnen uitslagen van stemmingen over moties en amendementen vanaf januari 2013 worden gedownload als Excelbestand. Het bestand (gedownload op 31 januari 2015) bevat informatie over 1.163 (versies van) voorstellen waarover is gestemd tot en met 17 december 2014.

Over dit Excelbestand zijn een aantal opmerkingen te maken. Aan de ene kant is het fantastisch dat deze informatie beschikbaar wordt gesteld. Aan de andere kant is dit bestand een beest dat slechts met flink wat regels code getemd kan worden. De manier waarop stemgedrag wordt vermeld varieert («verworpen met de stemmen van de SP voor», «aangenomen met de stemmen van de raadsleden van drooge en de goede tegen»); de structuur van de titel is in november 2014 aangepast; de Partij voor de Dieren wordt soms aangeduid met de volledige naam en soms met de afkorting; en soms is de tekst die het stemgedrag beschrijft ingekort omdat deze blijkbaar niet in een cel paste. Gezien de complexiteit van het bestand valt niet voor honderd procent uit te sluiten dat er een keer iets mis kan zijn gegaan met het classificeren van de voorstellen.

De analyse richt zich (noodzakelijkerwijs) vooral op zichtbare invloed. De eerste indiener wordt opgevat als initiatiefnemer. In de praktijk zal het vast wel eens voorkomen dat een initiatiefnemer een ander raadslid de eer gunt om eerste indiener te zijn.

De code voor het opschonen en analyseren van de gegevens is hier te vinden. De D3.js code voor de netwerkgrafieken is gebaseerd op dit voorbeeld.

A new balance in Amsterdam’s city council?

Last autumn, Amsterdam politicians discussed on Twitter whether the relations between coalition and opposition have changed since the March 2014 election, which resulted in a new coalition.

One way to look at this is to analyse voting behaviour on motions and amendments over the past two years. From a political perspective, proposals with broad support may not be very interesting:

For example, a party can propose a large number of motions that get very broad support, but materially change little in the stance, let alone the policy, of the government. In the litterature, this is sometimes referred to as «hurrah voting»: everybody yells «hurrah!», but is there any real influence? (Tom Louwerse)

In a sense, it could be argued that the same applies to proposals supported by the entire coalition. More interesting are what I’ll call x proposals: proposals that do not have the support of the entire coalition, but are adopted nevertheless. In the Amsterdam situation these are often proposals opposed by the right-wing VVD. The explanation is simple: Amsterdam coalitions tend to lean to the right (relative to the composition of the city council). As a result, left-wing coalition parties have more allies outside the coalition.

Let’s start with the situation before the March 2014 election. The social-democrat PvdA was the largest party. The coalition consisted of green party GroenLinks, PvdA and VVD, but the larger left-wing parties PvdA, GroenLinks and socialist party SP had a comfortable majority. The chart below shows the parties that introduced x proposals. The arrows show who they got support from to get these proposals adopted.

The size of the circles corresponds to the size of the parties; pink circles represent coalition parties. The thickness of arrows corresponds to the number of times one party supported another party’s x proposal. The direction of the arrows is not only shown by the arrow heads but also by the curvature: arrows bend to the right.

The image is clear: PvdA and especially GroenLinks were the main mediators who managed to gain support for x proposals.

And now the situation after March 2014. By now neoliberal party D66 is the largest party and the coalition consists of SP, D66 and VVD. This means that PvdA and GroenLinks are now opposition parties, but it turns out they still play a key role in getting x proposals adopted. GroenLinks initiated as many as half the x proposals.

The most active mediator is Jorrit Nuijens (GroenLinks), followed by Maarten Poorter (PvdA) and Femke Roosma (GroenLinks).

Method

Data is from the archive of the Amsterdam city council. Votes on motions and ammendments as of January 2013 can be downloaded as an Excel file. The file (downloaded on 31 January 2015) contains data on 1,165 (versions) of proposals, put to a vote until 17 December 2014.

A few things can be said about the Excel file. On the one hand, it’s great this information is being made available. On the other hand, the file is a bit of a beast that takes quite a few lines of code to control. The way in which voting is described varies (e.g., «rejected with the votes of the SP in favour», «adopted with the votes of the council members Drooge and De Goede against»); the structure of the title changed in November 2014; Partij voor de Dieren is sometimes abbreviated and sometimes not; and sometimes the text describing voting has been truncated, apparently because it didn’t fit into a cell. Given the complexity of the file, it can’t be exluded completely that proposals may have been classified incorrectly.

The analysis (by necessity) focuses on visible influence. The first name on the list of persons introducing a proposal is considered as the initiator. In reality, it will probably sometimes occur that an initiator will let someone else take credit for a proposal.

The code for cleaning and analysing the data is available here. The D3 code for the network graphs is based on this example.

Scooters vaak sneller dan auto’s

Minister Schultz wil Amsterdam de mogelijkheid geven om scooters te verbannen van het fietspad en gebruik te laten maken van de weg, met een helm op. Dit moet het fietspad veiliger maken voor fietsers en zorgen dat ze minder fijnstof inademen. Auto- en scooterlobbyisten vinden echter dat het snelheidsverschil tussen auto’s en scooters te groot is. Met auto’s die 50 km/u rijden, is het voor scooters niet veilig om op de weg te rijden.

Maar halen automobilisten inderdaad 50 km/u in Amsterdam? «Fietsprofessor» Marco te Brömmelstroet heeft een kaart getweet die laat zien dat snelheden tijdens de avondspits vaak ver onder de 50 km/u liggen.

Als onderdeel van een open-datainitiatief heeft Amsterdam ongeveer 5 miljoen snelheidsmetingen op het Hoofdnet Auto tijdens de maand januari 2014 vrijgegeven. De grafiek hierboven laat zien dat, zelfs op het hoofdnet, de snelheid bij de meeste metingen lager dan 50 km/u was, met een mediaan van 31 km/u. Tijdens de avondspits ligt de snelheid nog gemiddeld 5 km/u lager dan ’s nachts.

Uit een onderzoek van de Fietsersbond uit 2011 bleek dat scooters gemiddeld 36,9 km/u rijden op fietspaden in Amsterdam. De kaart laat zien op welke wegen auto’s gemiddeld minstens 36,9 km/u (dunne rode lijnen) of 50 km/u (dikke rode lijnen) rijden. Overigens zou het kunnen dat de Fietsersbond de snelheid van scooters op een andere manier heeft gemeten dan de methode waarmee de snelheid van auto’s is gemeten.

Er zijn grappen gemaakt dat scooterrijders niet op de weg willen rijden omdat ze dan gedwongen zouden zijn om hun snelheid te minderen. De cijfers van de gemeente laten zien dat daar een kern van waarheid in zit.

Scripts voor de gegevensanalyse zijn hier te vinden.

Scooters often faster than cars

Minister Schultz wants to allow Amsterdam to ban scooters from cycle paths and make them use the road, wearing a helmet. This should make cycle paths safer for cyclists and reduce their exposure to air pollution. However, car and scooter lobbyists argue that the speed difference between scooters and cars is too large for scooters to ride safely on the road, with motorists driving 50 kmph.

So do motorists really make 50 kmph in Amsterdam? «Cycling professor» Marco te Brömmelstroet has tweeted a map showing rush hour speeds far below 50 kmph.

As part of its open data initiative, Amsterdam has released some 5 million speed measurements at the «Hoofdnet Auto» (the network of major roads for cars) during the month of January 2014. The histogram above shows that even at these main roads, the majority of measurements recorded a speed below 50 kmph, with a median speed of 31 kmph. Average speeds during afternoon rush hour were about 5 kmph lower than at night.

A 2011 study by cyclists’ organisation Fietsersbond found found an average speed for scooters on Amsterdam’s cycle paths of 36.9 kmph. The map shows roads where motorists drive on average at least 36.9 kmph (thin red line) or 50 kmph (thick red line). Note that the method by which the Fietsersbond measured scooter speed may be different from the method used to measure car speed.

There have been jokes that scooter riders don’t want to use the road because this would force them to reduce their speed. The data of the Amsterdam government show there’s actually some truth to this.

Scripts for processing the data can be found here.

Cycling against traffic #2

The other day I posted something about cycling against traffic which, it has been claimed, is allowed on 85% of oneway streets in Brussels. I tried to find out the percentage for Amsterdam using Open Street Map, but found that the relevant information is often missing. Or so I thought.

I posted a question on the OSM forum (here and here) and got various helpful answers. Basically, I shouldn’t have looked just for oneway:bicycle=no tags, but also for cycleway=opposite (and perhaps a few more). I was also directed to a web page where cycling tags can be shown on a map.

So does Amsterdam allow cycling against traffic on anyway near the 85% of oneway streets reported for Brussels, if you include the cycleway=opposite tags? Well, no. Then again, looking at a similar map of Brussels, it doesn’t really look like they do any better. Of course, one shouldn’t jump to conclusions:

  • It depends on the part of the city you look at. In Amsterdam, cycling against traffic is more often allowed in the city centre and some other parts like Oost; in Brussels is appears to be more spread out over the city,
  • Perhaps local Open Street Map contributors have different mapping habits.

That said, I was getting curious as to the basis for the 85% claim for Brussels. I found a report from 2010 published by cyclists’ organisation Gracq, which said that 75% of oneway streets in Brussels had sens unique limité (which is apparently a legal requirement on suitable oneway streets). Gracq had contacted local governments by telephone to collect the data.

Pages