Hoge opkomst in buurten die liberaal stemmen, lage opkomst in buurten die links stemmen

Een ‘prominente ambtenaar van PvdA-huize’ mag 400.000 euro subsidie uitdelen om kiezers te ronselen onder Amsterdamse allochtonen, zo wist de Telegraaf vorige week te melden. «Het laat zich raden welke partijen het meeste baat hebben bij opkomstbevordering onder moeilijk bereikbare kiezersgroepen.»

Ok, ze hebben het een beetje tendentieus opgeschreven, maar er zit een kern van waarheid in. De gemeenteraad heeft vorig jaar bijna unaniem gevraagd om een campagne die moet leiden tot «een opkomst van minimaal 65% in heel Amsterdam en een substantiële verhoging van de opkomst in de stadsdelen waar de opkomst laag was en onder specifieke groepen».

De opkomst bij verkiezingen is ongelijk verdeeld, zo laten de grafieken hieronder zien. In buurten waar veel mensen economisch links hebben gestemd (SP of PvdA) was de opkomst in 2010 laag. In buurten waar veel stemmen naar de (neo-) liberale partijen VVD en D66 gingen, was de opkomst juist hoog. Het ene uiterste is Bijlmer Centrum: 57% stemde in 2010 economisch links, maar de opkomst was maar 34%. Aan de andere kant van het spectrum heb je bijvoorbeeld de Apollobuurt: 57% stemde liberaal en de opkomst was 65%. Bij eerdere verkiezingen was een vergelijkbaar patroon te zien.

Waar komt die correlatie tussen verkiezingsuitslag en opkomst vandaan? Een mogelijke verklaring: hoog opgeleide, goedbetaalde autochtonen met een eigen huis hebben er meer vertrouwen in dat de politiek rekening houdt met hun belangen. Daarom zien ze eerder het nut ervan in om te gaan stemmen. En ze stemmen vaak liberaal.

Interessant is dat de opkomstverschillen niet altijd zo groot zijn. Een vergelijking van de verkiezingen van 2002 en 2006 kan dat illustreren.

De boxplot aan de linkerkant laat zien dat de opkomst in 2006 over het algemeen wat hoger was dan in 2002. Zeker zo opvallend is dat de verschillen kleiner zijn geworden. De grafiek rechts laat zien hoe dat komt. Bijna overal steeg de opkomst in 2006, maar de opkomst is het meest toegenomen in de buurten waar in 2002 weinig mensen hebben gestemd. Denk aan de Kolenkit in West, de Vogelbuurt in Noord of Bijlmer Centrum. In 2010 nam de ongelijkheid overigens weer toe.

Hetzelfde verschijnsel heeft zich ook landelijk voorgedaan. Bij de Tweede Kamerverkiezingen hebben gemeenten waar vooral liberaal wordt gestemd een hogere opkomst dan links stemmende gemeenten. Opnieuw geldt dat de opkomstverschillen tussen gemeenten in 2006 kleiner waren dan in 2002 en 2003. (Voor wie het na wil rekenen: hier zijn alle gegevens en de code voor de berekeningen te vinden, zowel voor Amsterdam als landelijk.)

2006 was een jaar waarin linkse partijen relatief veel stemmen kregen. Zo kregen PvdA, GroenLinks, SP en AADG samen 33 zetels in de Amsterdamse raad, tegen 26 in 2002. Omdat de opkomst dat jaar minder ongelijk was, zou het zomaar kunnen dat de uitslag van 2006 een betere weerspiegeling vormt van de voorkeuren van de Amsterdammers dan de uitslag van 2002.

Hoe dan ook: als je een eerlijke verkiezingsuitslag wil, dan moet je zorgen dat meer mensen gaan stemmen, vooral in de buurten die gewoonlijk een lage opkomst hebben. Of de opkomstcampagne van de gemeente effectief zal zijn valt op basis van de plannen niet zo goed in te schatten, maar de opkomst verhogen is mogelijk. Bijvoorbeeld door de lokale verkiezingen voortaan op dezelfde dag te houden als de Tweede Kamerverkiezing.