salonanarchist | leunstoelactivist

Tewerkstelling: hoe werklozen werden ingezet bij de aanleg van onze fietspaden

Op diverse plaatsen in het land worden door werklozen rijwielpaden aangelegd. De gemeenschap mag gerust een hartelijk „dank je” terugzeggen!, aldus een fotobijschrift in Het Vrije Volk uit 1953. De tekst staat bij een foto waarop mannen met een schop werken aan een fietspad.

Een tijdje terug fietste ik van de Heuvelrug naar Soesterberg. Onderweg kwam ik een monument tegen ter herinnering aan de activiteiten van de Rijwielpadvereniging Utrecht met Omstreken (U.M.O.). Ik had er nooit zo bij stilgestaan hoe onze fietspaden zijn ontstaan. Nieuwsgierig geworden ging ik op zoek naar informatie en zo stuitte ik ook op de rol van de tewerkstelling.

Rijwielpadverenigingen

De eerste fietspaden werden eind 19e eeuw aangelegd en in 1906 werd voor het eerst een vereniging opgericht die zich hier specifiek mee bezighield: Vereniging Het Fietspad in Meppel. In 1950 waren er tien regionale Rijwielpadverenigingen die samen zo’n 2.000 kilometer aan recreatieve fietspaden beheerden, aldus het boekje Fiets en geniet! van de A.N.W.B. (ter vergelijking: vandaag de dag is er bijna 35.000 kilometer aan fietspaden, maar dat is inclusief niet-toeristische fietspaden).

De leden van deze verenigingen gingen waarschijnlijk niet zelf met een schop de natuur in, maar ze brachten wel geld bij elkaar. Neem Het Drentsche Rijwielpad, opgericht in 1916. Binnen een half jaar had de vereniging 7.000 leden die elk 50 cent contributie per jaar betaalden. Begunstigers betaalden tenminste ƒ1 (Simons 1990).

Bestuurlijke elite

De Rijwielpadverenigingen hadden vaak nauwe banden met de bestuurlijke elite. Het Drentsche Rijwielpad had de Commissaris der Koningin als beschermheer; andere verenigingen hadden een burgemeester als voorzitter. In 1948 beschreef De Kampioen, het blad van de A.N.W.B., hoe een plaatselijke vereniging functioneert:

Deze vereniging werkt nauw samen met het gemeentebestuur. Inkomsten geniet de vereniging uit de burgerij, van belanghebbende fabrieken, winkeliers etc. en tevens is het zaak, dat de gemeente bijdraagt.

Een belangrijk motief voor de overheid en de middenstand om mee te betalen was dat fietspaden toeristen aantrokken.

De rol van de overheid nam sterk toe door de inzet van werklozen. In 1925 werd al geschreven over een werkverschaffingsproject van de gemeente Vlagtwedde waarbij een fietspad werd aangelegd van Sellingen naar Terapel-kanaal. De werklozen hadden het werk neergelegd - volgens kranten onder druk van stakende veenarbeiders.

Appeltje voor de dorst

Vanaf de jaren dertig gingen werklozen een grotere rol spelen bij de aanleg van fietspaden. De aanleg van fietspaden werd hierdoor afhankelijk van de economische conjunctuur. De Kampioen schreef in 1948:

De rijksdienst voor het Nationale Plan heeft neiging de aanleg van zeer grote werken als een „appeltje voor de dorst” naar tijden van depressie te verschuiven. En daar valt eigenlijk niets tegen in te brengen, want een groot deel der paden van de rijwielpadverenigingen is in de crisisjaren door werklozen aangelegd.

De lezer zal een min of meer hoorbare zucht slaken en opmerken, dat er dus weinig perspectief in die rijwielpaden zit.

Maar in de jaren vijftig kwam er opnieuw schot in de zaak, in ieder geval in Drenthe. «Het was weer de sterk toegenomen werkloosheid waardoor een opening werd geboden», aldus geschiedschrijver W.J. Simons.

Bloedende handen

Het lijkt verstandig Keynesiaans beleid om tijdens recessies te investeren in infrastructuur en zo banen te creëren. Maar hoe zat het met de arbeidsrechten van de tewerkgestelde werklozen? Over de specifieke omstandigheden bij de aanleg van fietspaden heb ik niet zoveel kunnen vinden, maar wel over de tewerkstelling in bredere zin.

Een bekend voorbeeld van werkverschaffing was de aanleg van het Amsterdamse Bos. Daar werd 37 kilometer fietspad aangelegd, maar de grootste klus was het uitgraven van de roeibaan. In een terugblik schreef De Waarheid over mensonterende toestanden, opzichters die zich gedroegen als slavendrijvers en slechte arbeidsomstandigheden:

Bloedende handen in de vrieskou waren een regelmatig terugkerend beeld. Soms gebeurde het dat ploegen nauwelijks hun steunbedrag haalden wegens kapotte, opengebarsten handen.

Volgens de Waarheid zwegen de meeste kranten over de misstanden. Wat uiteindelijk wel naar buiten kwam, was dat veel werklozen minder verdienden dan hun steunuitkering, terwijl ze door hun werk ook nog eens hogere kosten hadden. Na bemiddeling van de vakcentrales werd het loon iets verhoogd.

Oosterpark

Begin jaren vijftig meldde het bestuur van Rijwielpadvereniging Gooi- en Eemland dat het te lage lonen betaalde (waarschijnlijk ging het om reguliere arbeiders en niet om de werkverschaffing). Het is onduidelijk wat de achtergrond was: vond men de lonen onrechtvaardig? Of had men moeite om voldoende arbeiders te vinden voor het geboden loon?

Over de opvattingen van de politiek is meer te vinden. Op 26 februari 1935 vergaderde de Groningse gemeenteraad over de voltooiing van het Oosterpark, waarbij zijdelings ook de aanleg van fietspaden ter sprake kwam. Het verslag in het Nieuwsblad van het Noorden geeft een fascinerend beeld van de standpunten over de tewerkstelling.

Het Rijk was bereid om mee te betalen, maar op basis van een minimum-uurloon van 35 cent en een vergoeding voor regenverlet van 33 cent. Als het weekloon lager uit zou vallen dan de steunuitkering, kon dit worden aangevuld. Voor de sociaal-democraten waren deze arbeidsvoorwaarden onacceptabel. Raadslid Polling:

Welk gevoel moeten de arbeiders later hebben, als zij door het mooie park wandelen, dat zij hebben aangelegd, terwijl zij in diepe ellende waren gedompeld. […] Wij hebben willen meewerken tot het plan, wanneer er eenigszins redelijke loonen zouden worden betaald. Maar als de Minister dergelijke loonen bepaalt, dan moet het park maar park blijven. Spr. weigert medewerking aan de tot standkoming van het park, wanneer dat moet geschieden onder deze ellendige omstandigheden.

Het rechtvaardigheidsgevoel van de sociaal-democraten botste met het moralisme van de vrijzinnig-democraten:

De heer PLAAT (v.d.) vermoedt, dat de arbeider, die later door het park zal loopen, zal denken: „Was ik maar aan het werk”. STEMMEN: — Ja, ja

De heer KROL [vrijzinnig-democraten] wijst er op, dat hij steeds voor verschillende werken in werkverschaffing is geweest. Alles is beter dan de demoraliseerende invloed van het rondloopen. Spr. wijst op rijwielpaden aan den Paterswoldscheweg.

De heer GASAU [sociaal-democraten] noemt het huilen met krokodillentranen, wanneer men het jammer vindt, als deze voordracht door de sociaal-democraten wordt verworpen. Spr.’s fractie is nog niet zoo ver, dat zij tot elken prijs in werkverschaffing wil laten uitvoeren. Dat wordt op den duur funest, niet alleen voor de arbeiders, doch ook voor de koopkracht van de stad.

Uiteindelijk werd het voorstel aangenomen met tegenstemmen van de sociaal-democraten en de communisten.

Dienstweigeraars

Maar de tijden veranderden. In 1953 maakte democratisch-socialistisch dagblad Het Vrije Volk een reportage over de werkverschaffing, onder meer bij de aanleg van fietspaden. Het rechtvaardigheidsgevoel van de Groningse sociaal-democraten had plaatsgemaakt voor het paternalistische woordgebruik dat we ook kennen van de hedendaagse tewerkstellingsprojecten, die bijkans worden voorgesteld als een gunst aan de werklozen. Dat de tewerkstelling ondertussen ten koste gaat van reguliere banen, daar moesten we maar niet al te moeilijk over doen, aldus het Vrije Volk.

Er zijn nog pogingen gedaan om ook anderen dan werklozen te werk te stellen bij het onderhoud van fietspaden, maar dat lijkt geen groot succes te zijn geworden. Dienstweigeraars bijvoorbeeld saboteerden het werk en gingen in staking.

Een geval apart is de gemeente Venray, die inwoners dreigde met tewerkstelling als ze hun gemeentebelasting niet betaalden. Zes inwoners werden daadwerkelijk ingezet bij werkzaamheden aan fietspaden. Eén van hen deed aangifte bij de rijkspolitie wegens het ontbreken van onder meer wc’s, wasgelegenheden en een verbandtrommel.

Wortels

Elke fietser ergert zich waarschijnlijk wel eens aan een slecht onderhouden fietspad. De A.N.W.B. schreef hierover in Fiets en geniet!:

Alleen als het pad verwaarloosd is, als er overal mulle plekken in zitten of omhoog groeiende wortels van bomen, merken we, en hóe, dat we ons op een pad bevinden, dat met veel moeite en kosten moest worden aangelegd en onderhouden.

De A.N.W.B. vroeg terecht aandacht voor de arbeid van de rijwielpadverenigingen. Dit kan worden aangevuld met de boeren die bereid waren gratis materialen te vervoeren, buitenlandse studenten die in Zeeland aan het werk gingen, en zeker niet in de laatste plaats de werklozen die honderden kilometers fietspad hebben aangelegd.

Maar daarnaast sta ik graag stil bij de Groningse gemeenteraadsleden die weigerden mee te werken aan de uitholling van arbeidsrechten in de werkverschaffing. Hedendaagse gemeentebesturen kunnen hier een voorbeeld aan nemen.

Nu ik toch het een en ander heb uitgezocht over de rijwielpadverenigingen, heb ik er ook maar een Wikipediapagina over gemaakt. Wie weet heeft iemand nog aanvullingen.

Bronnen

A.N.W.B. (1950). Fiets en geniet! Samengesteld door de Kon. Ned. Toeristenbond A.N.W.B. Uitgave van de Federatie van Ned. Rijwielpadverenigingen.

W.J. Simons (1990). Daar fietst men toch zo heerlijk heen. Stichting Het Drentse Fietspad.

Tags: 

Follow this blog:
Twitter (English) | Twitter (Nederlands) | RSS data blog (English) | RSS dirkmjk (Nederlands)