salonanarchist | leunstoelactivist

Predictive policing

Media schrijven met enige bewondering over de nieuwe algoritmes van de politie, het Criminaliteits Anticipatie Systeem, dat in Amsterdam is ontwikkeld:

CAS legt daarin als het ware een raster over een wijk met ‘vakjes’ van 125 bij 125 meter. Als een vakje rood is, voorspelt CAS problemen zoals een straatroof. Het systeem doet voorspellingen binnen tijdslots van maximaal vier uur. De politie hoopt effectiever, dus goedkoper, te werken door op de juiste plek te surveilleren. Op basis van deze voorspellende kaarten worden roosters van sommige politieteams al ingepland.

Het klinkt als science fiction, schrijft het AD. Nou, niet echt: in Amerika worden dit soort methodes al jarenlang ingezet. Daar worden ook kanttekeningen geplaatst bij de suggestie dat algoritmes een «objectief» beeld van de werkelijkheid geven. Vrij Nederland vatte vorig jaar de argumenten van wiskundige Cathy O’Neil samen:

Als predictive policing-modellen aangeven dat er in arme wijken meer criminaliteit is, zullen de politiewagens meer rondrijden in de arme wijk en arme jongens betrappen die dezelfde dingen doen die rijke jongens ook doen, en die data gaan terug in het model dat daardoor nog sterker het beeld geeft dat het niet pluis is in de arme wijk.

Hier vind je een uitgebreide passage uit O’Neils boek, waarin ze ingaat op predictive policing.

Tags: 

Subsidies en topinkomens in Amsterdam

Amsterdam gaf in 2015 subsidie aan 38 organisaties die hun bestuurders meer betaalden dan de inkomensnorm die de gemeente hanteert voor zijn eigen personeel. Dat blijkt uit een overzicht dat raadslid Johnas van Lammeren (PvdD) heeft opgevraagd. Van Lammeren: «Dit is niet uit te leggen aan de Amsterdammer, én aan de werknemer […] Ik snap dat er soms uitzonderingen kunnen zijn, maar daarvoor is deze lijst veel te lang.»

Achtendertig instellingen lijkt misschien niet zo veel, als je bedenkt dat meer dan duizend organisaties subsidie hebben gekregen. Maar het verandert als je naar de bedragen kijkt. In 2016 gaf de gemeente meer dan 169 miljoen euro subsidie aan organisaties die in 2015 de inkomensnorm hadden overschreden. Dat is 38% van het totale subsidiebedrag van dat jaar.

Het grootste bedrag aan subsidies ging naar Welzijn en Zorg en een fors deel van dat geld kwam terecht bij organisaties die de inkomensnorm hadden overschreden.

Sommige subsidieregelingen werden voor meer dan tachtig procent benut door organisaties die de inkomensnorm hadden overschreden. Dat geldt bijvoorbeeld voor de Subsidie Brede talentontwikkeling en Jongerenwerk Nieuwe Stijl Zuid en de Begrotingspost Subsidie Economie (Organisatiespecifiek). Met die laatste regeling werd Stichting Amsterdam Marketing gesubsidieerd.

De subsidieverordening verwijst niet naar de Amsterdamse norm, maar stelt wel dat subsidies kunnen worden geweigerd als de norm uit de landelijke WNT, die wat hoger ligt, wordt overschreden. Verschillende gesubsidieerde organisaties die de Amsterdamse norm overschreden, staan ook in de landelijke WNT-rapportage over 2015, met inkomens die oplopen tot bijna drie ton. Zij beroepen zich op overgangsrecht waardoor ze formeel niet in overtreding van de wet zijn (of daarmee de weigeringsgrond van de Amsterdamse subsidieregeling ook vervalt, is een vraag voor juristen).

Vijf jaar geleden verscheen op Nieuws uit Amsterdam een overzicht van organisaties die subsidie ontvingen terwijl ze hun bestuurders ruim boven de Balkenendenorm betaalden. Het ging om Hogeschool van Amsterdam / Universiteit van Amsterdam, Stichting Arkin, GGZ InGeest, ROC van Amsterdam, Cordaan, Reade, Stadgenoot, Rochdale en mogelijk het Concertgebouworkest. Al die namen staan ook op het lijstje dat Van Lammeren heeft gekregen, en sommige staan ook al in het subsidieoverzicht van 2017. Er verandert blijkbaar weinig.

Methode

Het overzicht met gesubsidieerde instellingen die de Amsterdamse norm overschreden is afkomstig van AT5. Informatie over verleende subsidies is te vinden in het subsidieregister van de gemeente (zie ook de toelichting daar: bepaalde subsidies zoals loonkostensubsidies zijn niet meegenomen). Organisaties die deel uitmaken van dezelfde groep heb ik als een geheel beschouwd.

Tags: 

1 mei in beeld: Tilburg

Het seizoen voor 1 mei-affiches is weer aangebroken. De bovenstaande afbeelding staat bij de aankondiging van de 1 mei-demonstratie in Tilburg (via) en is gemaakt door dichter en performer Nick J. Swarth. Speciaal voor deze gelegenheid? «Het mannetje is wel speciaal voor de gelegenheid gemaakt, maar de gelegenheid was 1 mei 2016, het mannetje staat op de top van de menselijke piramide op de poster van dat jaar :-).»

Dit jaar heeft de Tilburgse 1 mei-demonstratie als motto Tegen de haat - voor elkaar. «Juist tegenover de oprukkende haat is de 1 Mei-gedachte harder nodig dan ooit.»

UPDATE - Inmiddels is er ook een affiche speciaal voor de mei-demonstratie van dit jaar. ‘s Avonds is er nog een lezing «reclame voor de revolutie: radicale symbolen door de jaren heen».

Tags: 

Dafne Schippersbrug: de Fietsersbond Routeplanner kent hem al, Google Maps nog niet

Vanmiddag ging ik voor het eerst naar mijn nieuwe werkplek bij Leidsche Rijn. De routeplanner van de Fietsersbond gaf meteen een route over de vanochtend geopende Dafne Schippersbrug; Google Maps kende deze optie nog niet. Complimenten voor de vrijwilligers van de Fietsersbond die de routeplanner actueel houden.

UPDATE 9 mei 2017 - De brug is nu ruim een maand in gebruik, maar op Google Maps is hij nog niet te vinden. Misschien wachten ze op de officiële opening aanstaande zaterdag.

Tags: 

Zijn er genoeg stemlocaties

Open State heeft de locaties van stembureaus verzameld en ze als open data beschikbaar gesteld. Daaruit blijkt dat er woensdag op een kleine negenduizend plekken gestemd kan worden.

Is dat genoeg? Over ongeveer die vraag is vorig jaar een rechtzaak gevoerd. De Brabantse gemeente Son en Breugel had besloten om bij het Oekraïnereferendum drie stembureaus in te richten, in plaats van de gebruikelijke tien. Forum voor Democratie is toen samen met twee inwoners naar de rechter gestapt.

Uit onderzoek zou zijn gebleken «dat er causaal verband bestaat tussen, kort gezegd, de stemfaciliteiten die aan een kiezer worden geboden (aantal, afstand, locatie) en de mate waarin die kiezer gebruik zal maken van zijn stemrecht». Helaas ontbreekt een bronvermelding.

Uit het verslag van de rechtzaak blijkt dat er niet zoveel geregeld is. In de wet staat alleen dat een gemeente tenminste één stembureau moet inrichten. In de praktijk hanteren gemeenten een informele norm van 1.200 kiesgerechtigden per stembureau. De rechter neemt die informele norm niet zonder meer over, maar kwam wel met een nieuwe regel: je mag niet zomaar het aantal stembureaus drastisch verlagen. Met als argument dat gemeenten zich ‘servicegericht’ op moeten stellen.

Zoals gezegd deden twee inwoners uit Son en Breugel mee aan de rechtzaak. Ze kampen met gezondheidsklachten en wilden daarom graag dat hun ‘vaste’ stembureau om de hoek weer open zou gaan. Daar ging de rechter niet in mee: er is «geen recht voor de individuele burger op het instellen van een stembureau op een afstand op 50 meter van zijn woning, ook niet als die burger slecht ter been is».

Stemlocaties per gemeente

Een analyse van de stemlocaties in Nederland laat zien dat het aantal stemlocaties sterk samenhangt met het aantal kiesgerechtigden in een gemeente. Gezien de informele norm die gemeenten hanteren was dat ook wel te verwachten.

In een doorsnee gemeente is er een stemlocatie per ruim 1.400 kiesgerechtigden. Dat is meer dan de informele norm van 1.200, maar dat heeft wellicht te maken met het verschil tussen stemlocaties en stembureaus (zie Methode).

Er zijn relatief weinig stemlocaties in gemeenten als Haaren, Capelle a/d IJssel (allebei ongeveer 2.800 kiesgerechtigden per locatie) en Heerenveen (3.550). In Son en Breugel kan woensdag op 9 locaties worden gestemd; dat betekent gemiddeld 1.410 kiesgerechtigden per locatie. Een doorsnee gemeente, wat dat betreft. Maar het favoriete stembureau van de twee inwoners die naar de rechter waren gestapt, zit er niet meer bij.

Stemlocaties per wijk

Uit de referendumzaak blijkt dat er wel een informele norm bestaat over het aantal stembureaus in relatie tot het aantal kiesgerechtigden, maar niet over de afstand tot een stembureau. De meeste Amsterdammers zullen geen moeite hebben om een stembureau op loopafstand te vinden, maar hoe zit dat op het platteland? Daar valt wel iets over te zeggen met een analyse op wijkniveau.

Het aantal kiesgerechtigden per wijk is denk ik niet formeel bekend, maar het aantal inwoners natuurlijk wel. Ook dat hangt duidelijk samen met het aantal stemlocaties: hoe meer inwoners in een wijk, hoe meer stemlocaties. Maar de vraag is of er relatief meer stemlocaties zijn in dunbevolkte gebieden. De grafiek hierboven laat het antwoord zien: ja, hoe lager de bevolkingsdichtheid, hoe hoger het aantal stemlocaties per 10.000 inwoners.

Hoe dat in de praktijk ongeveer werkt, is te zien op de kaart hieronder.

kaart

Dunbevolkte gebieden van ons land hebben vaak relatief veel stemlocaties. Dit geldt bijvoorbeeld voor delen van Zeeland, Limburg, Oost-Nederland en vooral Noord-Nederland. Deels geldt dat ook voor de Waddeneilanden, maar daar zijn altijd extra stemmers vanwege het toerisme. De donkergroene wijken zijn vaak (maar zeker niet altijd) wijken met hoogstens een paar honderd inwoners, die toch een stembureau hebben gekregen.

Al met al lijkt het erop dat gemeenten bij de inrichting van stembureaus niet alleen kijken naar het aantal kiesgerechtigden, maar ook naar de afstand die ze moeten afleggen. Klinkt redelijk. Als je echt wil weten hoe het zit, dan zou je eigenlijk voor alle woonadressen in Nederland moeten uitrekenen hoe ver de dichtstbijzijnde stemlocatie is. Die klus laat ik graag aan iemand anders over.

UPDATE - DUIC heeft ondertussen voor de stad Utrecht de afstand van woonadressen tot stemlocaties laten berekenen. De maximale afstand is 3,5 kilometer; de mediaan 332 meter.

Methode

De gegevens over stemlocaties zijn verzameld en beschikbaar gesteld door Open State. Soms zijn er op een locatie meerdere stembureaus, althans in Amsterdam is dat vrij gebruikelijk. Open State lijkt in principe meerdere stembureaus op dezelfde locatie als één locatie te hebben opgevat. Toch komt het een enkele keer voor dat dezelfde locatie (identieke coördinaten) meer dan één keer in het bestand zit; ik denk dat die erdoor zijn geslipt. In het Open State-bestand zitten 9018 locaties; nadat ik de duplicaten had verwijderd waren dat er 8744.

Gegevens over kiesgerechtigden per gemeente zijn te vinden bij het CBS (in dit bestand zijn gemeenten Gennep, Schijndel en Sint Oedenrode nog opgenomen als aparte gemeenten).

Bij het samenvoegen van dit soort bestanden ontstaan altijd problemen doordat gemeentenamen niet consistent worden gespeld of omdat er problemen zijn met de weergave van namen met speciale tekens, zoals S√∫dwest-Frysl√¢n. Open State heeft dit ondervangen door netjes de gemeentecode in het bestand op te nemen. In de CBS-cijfers over kiesgerechtigden is dat helaas niet het geval.

Ik dacht dit op te lossen door elders bij CBS een bestand te downloaden met de gemeentecodes. Maar toen ik de twee CBS-bestanden aan elkaar wilde koppelen bleek dat het CBS zelf geen consistente schrijfwijze hanteert. Kortom, het zou fantastisch zijn als het CBS voortaan standaard in alle datasets met regionale gegevens de bijbehorende regiocodes zou opnemen…

Voor de analyse op wijkniveau heb ik de wijk- en buurtkaart van het CBS (editite 2015) gebruikt. Deze heb ik samen met de Open State-gegevens geopend in Qgis en bepaald hoeveel stemlocaties er zijn per wijk door middel van een points in polygon-analyse.

Hier is de code voor het verwerken van de gegevens.

Update - Het blijkt wel degelijk mogelijk te zijn om gemeentecodes te krijgen bij de CBS-data, als je ze downloadt als SPSS-bestand. Zie ook hier over het inlezen van de gegevens met Python.

Tags: 

Pages